Discussies met de hulpverlening #3

Omdenken?:

Hulpverlener: “Meneer ik vind het nogal hinderlijk dat u per e-mail met mij communiceert en op deze manier feiten vastlegt. Ik vind het prettig als e.e.a. persoonlijk besproken wordt”.

Ouder: “Ik begrijp wat u zegt en kan mij goed voorstellen dat u dit als hinderlijk ervaart. Wat moet dat naar voor u zijn zeg”.

Ouder: “Ik stel voor dat wij samen gaan kijken naar wat dit gevoel in u teweegbrengt. Wat maakt nou dat u het hinderlijk vindt wanneer ouders via e-mail met u communiceren? Welke knop wordt erbij u ingedrukt?”.

Hulpverlener : “Meneer ik wens niet op deze manier door u bejegend te worden. Ik ben de hulpverlener en u bent slechts één van de ouders die beiden het belang van hun kind uit het oog zijn verloren”.

Ouder: “Mevrouw, het is uw primaire verantwoordelijkheid dat u zich coöperatief opstelt in de samenwerking met één of beide ouders van het kind in wiens belang u werkt”.

Hulpverlener : “Meneer, wat bedoelt u hier precies mee?”.

Ouder : “Het is in het belang van uw organisatie, de expertise van uw organisatie en het bieden van de juiste hulp dat u zich coöperatief opstelt en leert samenwerken met de ouders van de kinderen.

Het is essentieel dat u hierin uw eigen verantwoordelijkheid neemt en leert te kijken naar wat uw bijdrage is aan de situatie, waarmee de kinderen moeten dealen”.

Hulpverlener : “Meneer nou moet u de rollen niet ineens gaan omdraaien. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen door de keuze te maken voor de opleiding die deze baan voor mij mogelijk maakte”.

Ouder : “Mevrouw, ik begrijp goed dat dit lastig voor u is. Ik stel voor dat we samen gaan kijken wat er nu met u gebeurt, waar dit vandaan komt en wat u nodig heeft om dit voor u gemakkelijker te maken”.

Wij – ouders – adviseren u en uw team deel te nemen aan het groepsprogramma Ouders uit de Knel.

Hulpverlener : “Ouders uit de Knel? Waar heeft u het over? Wat is dat voor iets?”.

Ouder : “Ouders uit de Knel is een groepsprogramma waarin een team hulpverleners leert om – onder supervisie van deskundige ouders – te reflecteren op het eigen handelen.

Het doel van het programma is o.a. de hulpverlener bewust te maken van wat het effect is van het eigen handelen op de situatie van het kind. Door zelfreflectie en voelen wat het verhaal van de ouders met henzelf doet inzicht te krijgen in de eigen problematiek van de hulpverlener.

U leert als hulpverlener in dit programma hoe u bewust kunt worden van uw eigen innerlijke reactie op situaties, ouders en hun verhaal. U leert ontdekken hoe uw eigen verhaal en uw eigen interpretaties kunnen bijdragen aan projectie en overdracht, hoe dit uw waarnemen en professioneel handelen beïnvloed en vooral ook hoe u dit kunt bijstellen, loslaten of veranderen, waardoor u oude patronen leert doorbreken.

Doordat u een zuiverder waarnemen ontwikkeld, innerlijk groeit en objectief leert te zijn kunt u tegelijkertijd situaties beter beoordelen en de juiste hulp voor kinderen en hun ouders realiseren “.

Hulpverlener : “Dat heb ik niet nodig meneer. Ik heb vorige week de opleiding Sociaal Pedagogisch Hulpverlener bij de LOI afgerond en mijn vriend en ik gaan binnenkort samenwonen. Ik ben kundig genoeg en kan ook al goed naar mijzelf kijken,.. hoor!”.

Ouder : “Ik zie aan u dat u weerstand ervaart mevrouw, dat is heel normaal, dat mag u best zo ervaren. Dit betekend dat er iets bij u geraakt is en er iets in gang is gezet. Een mooi uitgangspunt om in het groepsprogramma samen mee aan de slag te gaan”.

Ouder: “Het groepsprogramma Ouders uit de Knel wordt gegeven door zeer ervaringsdeskundige ouders. Zij hebben de expertise om u en uw team te ondersteunen bij dit proces. Zij zijn reeds zeer ervaren in het herkennen, diagnosticeren en veranderen van de pathologie waarmee uw organisatie te dealen heeft”.

Hulpverlener: “Wat bedoelt u toch allemaal meneer?!?”.

Ouder : “Ik zie dat het u erg emotioneert.

U komt over als een heel betrokken hulpverlener die net als uw team het allerbeste wilt voor uw organisatie en de gezinnen die u helpt.

Ik begrijp dat het allemaal erg veel voor u is mevrouw.

Dat mag best. U mag het er moeilijk mee hebben.

Ik stel voor dat we een nieuwe afspraak inplannen en dat u en uw team ondertussen nadenkt over of u wilt deelnemen aan het programma Ouders uit de Knel.

Het is belangrijk dat u er allen achter staat en dat u allen het belang van uw organisatie en de hulp die uw organisatie bied als uitgangspunt neemt.

Hulpverlener : “Ja, het overvalt mij allemaal een beetje meneer”.

Ouder: “Dat begrijp ik. Neem even uw tijd en dan zien wij elkaar volgende week. Bedankt voor uw komst en ik kan het u van harte aanbevelen

U kunt dan tenminste tegen uzelf zeggen dat u hiermee alles heeft geprobeerd om het voor uw organisatie en de kinderen die u helpt te verbeteren”.

(Door Ewout Meelhuijsen)

 

 

 

* Voorbeeld dat ik gebruikte in contact met jeugdzorgwerkers *

Geachte mevrouw …. en mevrouw …. , Beste …. en …. ,

Bedankt voor het doorgeven van de wijzigingen.

Ik vind het erg jammer dat u verhinderd bent op [die en die datum]. E.e.a. dat ten gunste van de juiste hulp, voor uiteindelijk ons kind zou kunnen leiden zal nu langer op zich laten wachten.

Zodra ik duidelijkheid heb over mijn mogelijkheden om aanwezig te zijn bij het gesprek op [dan en dan] zal ik u hierover informeren.

Ik lees in uw uitnodiging dat de partner van de moeder aanwezig is.

Ik geef hiervoor geen toestemming.

Dit schept een ongelijkwaardige situatie die mijns inziens op langere termijn kan leiden tot een verslechtering voor ons kind. Het lijkt mij vanzelfsprekend dat een ieder een verslechtering juist wil voorkomen, en dat wij eerst goed willen kijken naar welke problematiek zich in het huidige familiesysteem afspeelt.

Daarbij is er in ons geval sprake van gezamenlijk gezag en dat betekend dat belangrijke beslissingen, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van een partner, alleen door ons – beide ouders – genomen kunnen worden.

Regelgeving in de geestelijke gezondheidszorg bepaald verder dat beide gezaghebbende ouders toestemming moeten geven om informatie aan derden als een partner, te verstrekken, dan wel bij het gesprek aanwezig te zijn. Dit betekend dat indien één van de gezaghebbende ouders geen toestemming geeft voor aanwezigheid of betrokkenheid bij het gesprek of de behandeling van het kind de betrokken hulpverlener deze derde moet weigeren.

Ik ben dan ook uiterst verbaasd dat u zonder overleg stelt dat de partner van de moeder aanwezig is bij het gesprek. De partner heeft geen enkele familierechtelijke relatie tot ons kind. Er is geen huwelijk, geen geregistreerd partnerschap en geen sprake van samenwonen.

Wat heeft ertoe geleid dat u zonder overleg of toestemming stelt dat de partner van de moeder bij het gesprek aanwezig is?

En hoe zit dit met mijn echtgenote? Door ons huwelijk heeft zij wel een familierechterlijke relatie tot ons kind.

Ik verwacht dan ook dat u de aanwezigheid van de partner van de moeder terugdraait en dat u – als professional in de geestelijke gezondheidszorg – werkt binnen de grenzen van uw competenties en de daarvoor geldende (ethische) afspraken.

Ik deel de zorgen die school zich nu maakt. De signalen die ons kind afgeeft zijn nu ook zichtbaar geworden voor de IB en anderen.

Ik vind het van groot belang dat er eerst wordt onderzocht waar deze signalen vandaan komen. Wat ligt eraan ten grondslag? Wat maakt dat ons kind signalen afgeeft en wat betekenen deze signalen?

Ik verwacht zorgvuldigheid, deskundigheid en bevoegdheid als het gaat om hulp en ondersteuning voor ons kind. Mede hierom heb ik een expert en collega van u geconsulteerd. Ik heb van deze collega begrepen dat u – gezien de gedragscode van uw werkveld – ten alle tijden bereid bent om kennis te nemen van de visie van deze collega, opdat de juiste hulp en ondersteuning kan worden geboden.

Ik kijk dan ook uit naar het volgende gesprek, waarin ik de visie van uw collega graag met u wil delen.

In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd ben en verblijf ik met,

Vriendelijke groet,

Een verstoten ouder

 

 

Hardop denken; “Ik heb geen andere keuze dan de situatie te bekijken vanuit het perspectief van mijn kind,

haar andere ouder, de omgeving, de hulpverlening, de wetgeving, de advocaat, de rechter, de experts en mijzelf en dan telkens opnieuw tot maar één conclusie te komen”.

 

Reageren is niet mogelijk