Ed Spruijt herziet mening – maart 2012

Op de website Nieuw Gezin Nederland schrijft Ed Spruijt maart 2012 het volgende over Ouderverstoting (PAS: Parental Alienation Syndrome):

Kinderen kunnen als gevolg van hevige ouderlijke conflicten in het kader van echtscheiding en stiefgezinsvorming te maken krijgen met het zogeheten parental alienation syndrome (PAS). Ouderverstoting (of oudervervreemding) wordt gekenmerkt door een ziekelijke binding tussen een van de ouders (meestal de inwonende moeder) en een kind, met uitsluiting van de andere ouder (meestal dus de uitwonende vader). Volgens de definitie van de naamgever van het syndroom, de Amerikaan Gardner (1998) is het ‘een stoornis bij kinderen die primair optreedt in het kader van een juridische strijd om het ouderlijk gezag’. PAS wordt o.a. gekenmerkt door een lastercampagne van de ene ouder (moeder) en het kind tegen de andere ouder (vader), het bij de kinderen ontbreken van ambivalente gevoelens: zij zien vader als 100 procent slecht en moeder als 100 procent goed, het feit dat de kinderen geen enkel schuldgevoel hebben over hun gedrag tegenover de afgewezen ouder, meestal vader dus.

Over PAS is in de VS en daarbuiten veel discussie (Bernet, Von Boch-Galhau, Baker, & Morrison, 2010; Zander, 2011). Een belangrijk kritiekpunt is dat de aandacht te veel exclusief gericht zou zijn op de ‘programmerende ouder’ als de aanstichter van het kwaad. Dat is bijvoorbeeld volgens Kelly & Johnston (2001) te simplistisch want er zijn ook andere factoren in het spel. Daarom hebben die auteurs een nieuw model ontwikkeld. Hun uitgangspunt is niet langer (het schadelijke gedrag van) de programmerende ouder maar ‘het vervreemde (alienated) kind in de context van zijn hele gezinssysteem’. Hun definitie luidt: ‘het vervreemde kind is een kind dat openlijk en voortdurend onredelijk negatieve gevoelens en opvattingen (zoals boosheid, haat, afwijzing en/of angst) over een ouder uit. Deze gevoelens staan niet in verhouding tot de feitelijke ervaringen van het kind met die ouder.’

Johnston (2006) heeft een instrument ontworpen met 50 items om de mate van vervreemding bij kinderen te meten. Er is een instrument voor kinderen en een voor ouders. Voorbeelden van gehanteerde items zijn:

1. Spreekt het kind alleen maar zeer negatief over de uitwonende ouder?

2. Beschouwt het kind de uitwonende ouder niet als familielid?

3. Heeft het kind argumenten voor de laster tegen de uitwonende ouder?

4. Gelooft het kind alles wat de inwonende ouder zegt?

5. Zegt het kind dat het helemaal zelf de uitwonende ouder afwijst?

6. Zoekt het kind steeds bevestiging bij de inwonende ouder?

7. Voelt het kind zich in het geheel niet schuldig over de afwijzing van de uitwonende ouder?

8. Spreekt het kind zichzelf voortdurend tegen?

9. Was de band met de uitwonende ouder voor de scheiding goed?

Onderzoek in de VS en in Nederland, concludeert dat een hoge mate van oudervervreemding bij ongeveer 10 procent van de scheidingskinderen voorkomt. De negatieve houding van het kind treft meestal de vader omdat deze doorgaans de uitwonende ouder is. Johnston concludeert dat vervreemde kinderen significant meer risico lopen op een ongunstige ontwikkeling zoals depressie, een laag zelfbeeld en een hoog drugs- en alcoholgebruik.

Ook in het onderzoek S&G2010 is op basis van het instrument van Johnston de mate van oudervervreemding gemeten bij scheidingkinderen. Net als in de VS blijkt hier een sterke mate van oudervervreemding bij bijna 10 procent van de scheidingskinderen voor te komen. Het onderzoek bevestigt eveneens de overige resultaten uit de VS. Hoe sterker de mate van oudervervreemding hoe hoger de mate van angst, depressie en agressie bij kinderen. Een lichte of matige vorm van oudervervreemding (hoewel zeker niet gunstig) heeft voor kinderen nog niet zoveel negatieve gevolgen, een sterke mate van oudervervreemding heeft dat echter wel. Overbodig te zeggen dat oudervervreemding hoe dan ook als zeer negatief wordt ervaren door de uitwonende ouder. Dat is dus meestal de vader en geen wonder dat de vaderbeweging herhaaldelijk waarschuwt voor de negatieve gevolgen van PAS en de moeder als de schuldige aanwijst (Zander, 2011).

Gardner vindt dreigen met sancties een goed middel om de onwillige, inwonende ouder in het gareel te krijgen. Daarbij kan het gaan om dreigen met boetes, overplaatsing van het kind van de ene naar de andere ouder of eventueel tijdelijk ergens anders; of in het uiterste geval gevangenisstraf voor de inwonende ouder. Johnston betwijfelt of dit voor het kind aanvaardbare oplossingen zijn. Het kind heeft immers het meest te lijden van de voortdurende ouderlijke conflicten voor, tijdens en na de scheiding. Maatregelen die de ouderlijke conflicten versterken, werken voor kinderen averechts. Nauwkeurig onderzoek door ervaren gedragsdeskundigen naar de diverse factoren die bijdragen aan de vervreemding van het kind, is vereist. Het is niet alleen nodig dat het contact tussen kind en ouder wordt hersteld, maar ook dat gezinsgerichte therapie wordt toegepast. Johnston concludeert dat het enige wat echt helpt bij PAS vroege preventie van vervreemding is.

Referenties:

Bernet, W., Boch-Galgau, W. von, Baker, A.J.L., & Morrison, S.L. (2010). Parental Alienation, DSM-V, and ICD-11. The American Journal of Family Therapy, 38, 76-187.

Gardner, R. A. (1998). The parental alienation syndrome: A guide for mental health and legal professionals. (2nd ed.). Creskill, New Jersey: Creative Therapeutics, Inc.

Johnston, J.R. (2006). The psychological functioning of alienated children and their parents in custody disputing families: a program of research. Paper presented at the International Conference on Children and Divorce, 24-27 July 2006, University of East Anglia, Norwich, UK.

Kelly, J. B., & Johnston, J. R. (2001). The alienated child. A reformulation of Parental Alienation Syndrome. Family and Conciliation Courts Review, 39/3, 249-266.

Spruijt, E., & Kormos, H. (2010). Handboek scheiden en de kinderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Zander, J. (2011). Forumbijdrage. Ouderverstoting en de vergeten vaderlijke opvoedingsverantwoordelijkheid. Pedagogiek, 31, 103-113.

Lb. Koppenol gaf hierop de volgende reactie:

Ik wil u gaarne danken voor dit artikel.
Eerste Congres omtrent PAS syndroom was ik initiatiefnemer van in 2004. In Nederland althans. Voorts wil ik u nog wijzen op de aangetoonde overlapping met borderline syndroom bij moeders. Bij omgangsfrustratie en erger moge dat duidelijk zijn, gezien de kenmerken bedrog, manipulatie etc bij borderline-persoonlijkheidsstoornis. Omtrent bl is genoeg literatuur verschenen ook. Om dat te weten of te kunnen weten nu.
Verder is nog een uitstekende vertaling verschenen door R.Altena. Ouderverstoting etc in de Nederlandse Context.
Een goed boek voor omstanders is ook onder meer: Leven met een borderliner. (Eng Stop Walking on Eggshells) van Randy Kreger en Paul Mason.
Doch er zal richting Familierechters eerder verandering op moeten treden aangezien deze niet aan enige waarheidsvinding doen bij verlenen van gezag over kinderen. (Studies door Hoefnagels, Doek). Deze prima deskundigen waarschuwden al in vroege instantie dat rapportages en verslagen goed moeten zijn. En ….dat zijn ze niet veelal.
Zeker niet wanneer men bij scheidingen te maken heeft met dan bijvoorbeeld de grote in Nederland “risicogroep” als bedoeld..
Simpelweg omdat de politiek en Familierecht bijvoorbeeld ook letterlijk niets doet aan dan vervreemding (wat op die wijze kindermishandeling IS). En waarvoor uiteraard middels dan Strafrecht bijvoorbeeld Justitie allang had kunnen vervolgen. Wil men dat wel in Nederland? Of…laat men dan de daders veelal vrouw doorgaan met zulk manipulatief gedrag? Er werd en wordt hen namelijk geen strobreed in de weg gelegd. Voorbeeld: Een ouderschapsplan nu is NIET afdwingbaar in tegenstelling tot wat men de burger zou voorspiegelen.
Een enkele moeder werd nu veroordeeld, doch in geval wordt dan niet eens de straf ten uitvoer gelegd nota bene en bedient men zich van artikel onttrekking aan gezag i.p.v. vervreemding kindermishandeling.
Tot zover.

Hoop dat uw aandacht mede kan zorgen dat de duizenden inmiddels gevallen ook ernstige eindelijk worden opgelost in elk geval inzake de kinderrechten op eigen vaders die onterecht al jaren konden worden aangetijgd voor niks onder andere…Dan zullen de Familierechters aangesproken moeten worden op falen ook. Tja en gaat men dar doen? In belang van kinderen?

Bron: Nieuw Gezin Nederland – Stichting voor Stiefgezinnen

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.