Kritische vragen waarheidsvinding jeugdzorg

Op 2 oktober schrijft KOG aan LOC i.v.m. het Congres Waarheidsvinding
Geacht LOC,

Stichting Kinderen-Ouders-Grootouders is een landelijke stichting door en voor (groot)ouders van een onder toezicht gesteld of uit huis geplaatst kind, ouders van een weggelopen kind, ouders die bang zijn dat dit gaat gebeuren. KOG is opgericht als vereniging op 11-10-1990, sinds 01-08-2003 stichting. KOG wil kinderen, ouders en grootouders informeren en ondersteunen zodat zij weloverwogen kiezen om wel of geen hulp te vragen van jeugdzorg en als zij wel hulp vragen/krijgen mee te helpen dit proces zo goed mogelijk te laten verlopen.

 

Stichting KOG richt zich met een uitvoerige boodschap tot het congres ‘Waarheidsvinding in de justitiële jeugdketen’ op 10 november.
Bij de achterban van KOG leeft nog steeds “Zorg om de Jeugdzorg”. Ook in 2008 was goed feitenonderzoek al een punt van ernstige bezorgdheid. Een grote stap vooruit is de volmondige erkenning van het Ministerie van Veiligheid & Justitie in 2017 dat deze zorg gerechtvaardigd is. Vanuit dat gemeenschappelijke vertrekpunt kan gewerkt worden aan verbeteringen.

Wij plaatsen de bevindingen in 2017 naast die van het LOC in de brochure ‘Waarheidsvinding in de Jeugdzorg’ uit 2011. De gewekte verwachtingen van een dialoog op alle niveaus van het stelsel zijn niet waargemaakt. De beleidskeuzen zijn nog niet voldoende gevolgd door implementatie. Ze zijn nog steeds niet “geland” op de werkvloer.

Dat bleek ons zelfs nog tijdens een recente regio-bijeenkomst met het oog op uw congres, recente rapportages, gesprekken van ouders met GI’s in het land, en ervaringen met professionals.

Ondanks art. 3.3 jeugdwet constateert KOG

– dat Jeugdbeschermers nog steeds zeggen ”wij doen niet aan waarheidsvinding”, dat subjectieve meningen nog steeds worden gepresenteerd als feiten. (Velen blijken nog steeds niet op de hoogte van artikel 3.3 jeugdwet en wijzen op hun “jarenlange ervaring”. Zelfs hoorden wij verklaren dat “onderzoek niet interessant is”, omdat men van te voren alweet hoe de situatie is, “omdat dat nou eenmaal altijd zo is”);
– dat er nog steeds geen sprake is van systematisch, genormeerd feitenonderzoek;
– dat ouders nog steeds melden dat hun informatie niet zorgvuldig wordt verwerkt, dat er niet naar hen geluisterd wordt, en de jeugdbeschermers zich niet naast maar boven hen opstellen;
– dat ouders nog steeds stellen dat “de jeugdzorg” zich defensief en/of autoritair opstelt, hen niet voldoende betrekt bij de interventies, geen hoor-en-wederhoor toepast (en daardoor weerstanden en zorgmijdend gedrag versterkt);
– dat drang wordt ingezet om gezinnen tot medewerking aan zware interventies te bewegen zonder dat minder zware aantoonbaar geprobeerd zijn;
– dat er nog steeds de neiging is om het vage “bestwil”-criterium te gebruiken als reden voor dwang (ots, uhp en beperking van omgang);
– dat er nog steeds niet goed naar beschermende factoren wordt gekeken: als ouders eigen oplossingen aandragen, een andere kijk hebben, wordt dat geduid als “strijd met ons”,
– informatie van door ouders genoemde derden wordt vaak niet opgevraagd, expertise van derden zoals een kinderpsychiater wordt soms geheel afgewezen met het argument: ”die buitenstaander heeft niet het hele gezin gezien” zelfs in gevallen waar uit het dossier blijkt dat de G.I. dat ook niet heeft gedaan maar de mededelingen van één ouder een onevenredig zwaar gewicht geeft;
– dat buitenstaanders hebben opgemerkt dat de risico-regelreflex opvallend is toegenomen na calamiteiten en de invoering van het tuchtrecht. Met name in stelselmatige bedreiging van het ouderschap. Dat roept zowel vecht- als vluchtreacties op bij ouders. Daar zijn kinderen niet echt mee geholpen;
– dat ouders nog steeds klagen over de rol van de kinderrechter, zij staan op achterstand zodra GI en raad voor de kinderbescherming in beeld komen, omdat deze organisaties worden verondersteld deskundigheid te bezitten die de rechtbank niet in twijfel kan trekken. Daardoor is er geen sprake van gelijkwaardige partijen.

De gehele beschermingsketen moet genormeerd werken
Wij verwachten dat vanuit deze punten en vanuit de brochure ‘Waarheidsvinding in de Jeugdzorg’ gezocht zal worden naar concrete verbeterpunten, die moeten leiden tot een genormeerde werkwijze bij onderzoek en beoordeling, in alle fasen van de gehele beschermingsketen, vanaf wijkteams en andere melders, tot aan gerechtshoven en zorgaanbieders.

In het woordelijk verslag van het laatste Algemeen Overleg jeugd staat dat met name ook de rechtspraktijk betrokken moet worden.
Graag verneemt KOG op welke wijze dit heeft plaats gevonden, en op welke wijze dit in het congres aan de orde wordt gesteld.

 

Evenals het LOC heeft KOG al jarenlang inspanningen gedaan om dit doel te bereiken. Daarom heeft het KOG verbaasd dat het LOC niet in het voorstadium bij ons heeft geïnformeerd naar onze ervaringen, daar wij sinds 1990 ononderbroken actief zijn als cliëntondersteuner. Ook bij het eerste gesprek bij een van de initiatiefnemers “aan de keukentafel” over de aanvraag voor dit congres was KOG vertegenwoordigd.

KOG heeft alsnog een visiedocument geschreven dat nog voor het congres nagezonden zal worden. Daarin draagt KOG bij aan verbetervoorstellen m.b.t. het jeugd-feitenonderzoek (KinderOmbudsman 2013). Ook geven wij een terugblik op de ontwikkelingen van 2011 tot heden, en een vooruitblik.
KOG wil hiermee bijdragen aan het Actieplan waarheidsvinding.

Wij hopen het LOC hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. In afwachting van een reactie sturen wij een afschrift van deze brief naar alle partijen die bij de organisatie van dit congres zijn betrokken, evenals naar het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Namens het bestuur van stichting Kinderen-Ouders-Grootouders
drs T.P. Barendse-Cornelissen, secretaris

Reageren is niet mogelijk