Ouderverstoting een collectieve blinde vlek

Middelen voor nader praktijkgericht onderzoek naar verheldering van een collectieve blinde vlek

Inleiding

Systemisch maatschappelijk werker en opleider Erna Janssen werkt sinds 1992 met multi-problem gezinnen waar kindermishandeling voorkomt. Naar aanleiding van een casus ernstige ouderverstoting verdiepte zij zich in dit onderwerp en spreekt ze wekelijks ouders. Zij richtte de FamilieAcademie op om deze specifieke vorm van kindermishandeling onder de aandacht te brengen en haar opgedane kennis en ervaring in het werken met ouders, kinderen en professionals die te maken hadden met ouderverstoting, te implementeren in opleidingen en trainingen www.deFamilieAcademie.nl
Geweldsexpert en docent Sietske Dijkstra (www.sietske-dijkstra.nl) raakte sinds 2012 betrokken bij het thema complexe scheiding, ze bereidde inhoudelijk de werkconferentie Uit de houdgreep voor, ontwikkelde en geeft (postacademische) scholing. Samen met Wil Verhoeven schreef ze in 2014 over scheiding met dodelijke afloop op basis van een inspectierapport waarin ze professionele lessen probeerden te trekken en ze onderzocht in verschillende artikelen de relatie tussen scheiding en geweld (zie artikel).
Erna en Sietske hebben elkaar een paar jaar geleden leren kennen door het thema van ingewikkelde scheiding en ze wisselen sindsdien regelmatig hun kennis en ervaring uit. Erna is gastdocent in een basiscursus ouderverstoting (zie meer info) die Sietske ontwierp bij de Rino Groep, en omgekeerd biedt ook de Familieacademie een verdiepende training Ouderverstoting (zie meer info) aan waarin Sietske een rol als deskundige huiselijk geweld heeft. De nasleep van een ingewikkelde scheiding kan leiden tot ontwrichting van gezinsrelaties, tot vervreemding tussen ouders en kinderen en soms zelf tot ouderverstoting. Uit onderzoek blijkt dat maar liefst in 10% van de gevallen een of meer kinderen na een scheiding een ouder duurzaam niet meer zien.
De Amerikaanse onderzoeker Vincent Felitti benoemt in zijn longitudinale ACE-onderzoek het plotseling niet meer zien van één ouder na een scheiding als een van de tien negatieve kindervaringen (adversive childhood experience) die traumatische impact heeft en tot langdurig negatieve gevolgen kan leiden.

Voorbeelden

Erna Janssen ziet wekelijk ouders, volwassen geworden kinderen en professionals die zorgen hebben over contactverlies tussen de kinderen en een ouder. Tijdens de intake onderzoekt ze of er sprake is van ouderverstoting, of gerechtvaardigde ouderverstoting en zo ja, hoe je daar mee om kunt gaan. Zij coacht ouders en professionals als er sprake is van ouderverstoting en richt zich zo mogelijk op contactherstel. Zodra een ouder zich aanmeldt voor een intakegesprek, kijkt Erna gericht mee naar signalen van ouderverstoting. Deze signalen kunnen zich bevinden op het niveau van het kind, de ouders en/of organisaties. Tijdens supervisies komt regelmatig het voorbeeld langs van een ouder met gezag, die door de andere ouder het contact kwijtraken met hun kind en buiten de opvoeding wordt gehouden. Scholen, huisartsen, jeugdbeschermers en andere professionals werken hier aan mee door niet beide ouders met gezag te informeren, als er iets speelt in het leven van het kind. Ook als de rechter de omgang tussen kind en beide ouders oplegt, zien wij in de praktijk dat de binnen-ouder hier niet actief aan gehouden wordt. Tijdens de basis- en verdiepingscursus complexe scheiding die Sietske sinds 2014 bij de Rino Groep geeft, merkt ze dat soms door deelnemende professionals ook eigen ervaringen met scheiding spontaan worden gedeeld. Het komt wel voor dat volwassenen onthullen dat zij jarenlang hun vader of moeder na de scheiding niet meer hebben gezien. De reden daarvoor blijkt dan zeker achteraf gezien niet zo duidelijk. Sommigen vertellen dat ze geleidelijk inzagen dat de waarheid waarin ze destijds geloofden dat hun moeder of vader gek, slecht of agressief was, bijstelling nodig had. Ze kregen deze waarheid voorgeleefd en namen destijds aan dat dit klopte maar voelden zich daarin soms later misleid. Een vrouw van in de vijftig vertelde dat zij destijds als veertienjarige de rechter smeekte om ervoor te zorgen dat haar vader haar met rust zou laten. Achter in de dertig ontdekte ze hoe ze door haar moeder was gemanipuleerd en nu in de vijftig en zelf moeder, gaf ze aan dat deze verbroken familieverhoudingen haar hele leven hadden gedomineerd.

Blinde vlek

Verbroken contact tussen kinderen en één van hun ouders komt relatief vaak voor. Ook in onze eigen kringen, al lijken we daar relatief blind voor te zijn. Zo kennen wij een aantal collega’s, vrienden en kinderen die een van hun ouders of juist hun kinderen niet meer zien. Nu wij bekend zijn met het verschijnsel ouderverstoting, realiseren wij ons dat wij in het verleden ook te weinig doorvroegen op contactverlies binnen ons eigen netwerk. We stellen in onze samenleving dat je als ouder de deur altijd open moet houden en dat kinderen soms tijdelijk terug moeten kunnen vallen op een ouder, maar we gaan daarmee misschien voorbij aan het achterliggende probleem van het gedrag. We onderzoeken niet, we stellen geen verdiepende vragen aan kinderen en volwassenen in onze eigen omgeving en we weten niet goed hoe we naar dit splijtende en zeer gevoelige onderwerp moeten kijken. Het onderwerp staat onvoldoende op de maatschappelijke agenda. Wereldwijd is dit nog steeds een blinde vlek. De ouders en de kinderen die geen contact meer hebben, al dan niet na een scheiding. Het is belangrijk deze blinde vlek tot onderwerp te maken en nader te onderzoeken.

Wat is ouderverstoting?

Wat bedoelen we als we het woord ouderverstoting gebruiken?

Ouderverstoting is het gedrag dat een kind laat zien als het niet leert omgaan met beide ouders na een scheiding, waar het voorheen een goede, of minstens neutrale relatie mee had.

Ouderverstoting is onderdeel van het beëindigen van de relatie tussen ouders. Van ouderverstoting is sprake als een kind een ouder, met wie het voorheen een goede relatie had, niet meer wil zien, zonder goede reden. Vaak moedigt een ouder de afwijzing van het kind aan door negatieve informatie over de ouder die buitengesloten wordt, met het kind te delen. Een ouder verstoort hierdoor, bewust of onbewust, de relatie van het kind met de buitengesloten ouder. Het kind komt hierdoor in een loyaliteitsconflict, immers elk kind wil van nature van beide ouders houden. Als het kind nu positief beloond wordt op het afwijzen van een ouder en negatief beloond wordt op de wens contact te onderhouden met beide ouders, dan kan ouderverstotingsgedrag ontstaan. De veroorzaker is de ouder die het meest invloed op het kind uitoefent. De FamilieAcademie noemt deze ouder de “binnen-ouder”. Deze ouder houdt het kind weg bij de andere ouder en oefent (steeds meer) invloed uit op het kind. Vaak is er sprake van een symbiotische relatie tussen de binnen-ouder en
het kind. De ouder bevindt zich als het ware in de binnenste kring rond het kind. De ouder die wordt buitengesloten noemt de FamilieAcademie de “buiten-ouder”. Deze ouder heeft steeds minder invloed op het kind en diens opvoeding. Deze ouder wordt steeds verder buiten spel gezet. De buiten-ouder kan dit proces zelf nauwelijks nog stoppen. Het netwerk en kennis van ouderverstoting van de betrokken professionals zijn hierbij onontbeerlijk.

Verstoting en gerechtvaardigde afwijzing

Bij ouderverstoting, alienation genoemd, zie je patronen van macht- en onmacht in de relatie tussen (ex-)partners, die doorsijpelen in hun ouderschap en de relaties met hun kinderen. Deze patronen van macht en invloed tussen partners en ex-partners, maar ook als ouders en opvoeders zijn vaak door de jaren heen opgebouwd. Er kan soms ook sprake zijn van psychisch of fysiek geweld dat voorafging aan de scheiding of dat juist in het scheidingsproces of daarna oplaait en het conflict aanwakkert. Als er door een ouder geweld is gebruikt, kan het juist ook begrijpelijk en gerechtvaardigd zijn dat kinderen dan één ouder niet willen zien. Dit heet estrangement in de onderzoeksliteratuur. Niet alle claims van ouderverstoting zijn dus gegrond. Soms wordt het argument van ouderverstoting gebruikt door mishandelende ex-mannen om daarmee hun ex-partner die met de kinderen vanwege mishandeling in de vrouwenopvang verblijft verder onder druk te zetten en omgang te eisen, zo bleek uit recent onderzoek van Canadese collega’s. Wij kennen ook allebei in Nederland voorbeelden van beschuldigingen van ouderverstoting door vaders en moeders met het doel van een ex-partner om koste wat het kost macht en invloed te krijgen op de relatie met de kinderen, ze soms uit te spelen en een wig te drijven tussen de relatie van de kinderen en de andere ouder. In de onderzoeksliteratuur noemen we dat type gedrag bedoeld om te ontregelen wel intieme terreur en dwingende controle. Het onderzoeken en beschrijven van signalen van kindermishandeling, partnergeweld, soms kind-oudermishandeling en ouderverstoting luistert in de praktijk nauw.

Gender en geweld

Ouderverstoting overkomt vaders en moeders. Elke relatie heeft eigen dynamieken en patronen. Soms werpt een ouder zich op als de verzorgende ouder bij uitstek, of controleert en domineert een partner het scheidingsproces. Dit ziet er weer anders uit als er sprake is geweest van partnergeweld door de man dat voortduurt na de scheiding. De controle op de ex-partner wordt dan vaak (ook) uitgeoefend via beïnvloeding van de kinderen, zo laten Engelse collega-onderzoekers zoals Riavi Thiara en Emma Katz zien. En kinderen hebben daar vaak geen antwoord op en doorzien het steekspel niet. Voorbeelden van ernstig conflict en dwingend gedrag die Sietske uit focusgroepen met moeders (Dijkstra, 2016) en vaders uit de knel haalde zijn: ‘hij controleert en volgt ieder stap die ik doe’ ‘na de verloren rechtszaak deed zij gelijk een melding bij Veilig Thuis’ ‘ik ben alleen goed voor de financiën, maar krijg onze kinderen niet te zien’, ‘mijn zoons schreven brieven aan de rechter en gezinsvoogd in een taal die niet van henzelf was’ en ‘hij probeert mij te treffen via ons kind’. Ook uit de praktijk bij VT, jeugdbescherming, politie, Raad en ZSM blijkt dat ex-partnergeweld regelmatig voorkomt en dat daarbij meestal kinderen in het spel zijn. Een op de drie huisverboden leidt een jaar na dato tot een scheiding. Het is dus aannemelijk dat geweld in de voorgeschiedenis en na de scheiding regelmatig een rol speelt bij complexe scheiding. Deze huiselijk geweldszaken (zie voetnoot 1) worden onvoldoende uitgefilterd en uitgevraagd waardoor het geweld niet geanalyseerd noch begrensd wordt (zie ook Dijkstra, 2016 voetnoot 2).
Binnen de FamilieAcademie leert Erna professionals werken met de verplichte Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, min. VWS 2013, onderscheid te maken tussen de signalen van verschillende vormen van kindermishandeling. Zorgen omtrent een kind dat aangeeft een ouder niet meer te willen zien worden dan opgetekend in de Meldcode. Erna legt tijdens haar trainingen expliciet een link tussen de wet Meldcode en ouderverstoting. Zij stelt: Ga ervan uit dat een kind van nature niet geneigd is slechts van een ouder te houden, maar van beide ouders. Geeft een kind aan een ouder niet meer te willen zien, dan is er iets aan de hand. Erna beveelt professionals die moeten werken met de wet Meldcode aan, de signalen van ouderverstoting hierin te leren optekenen. Door professionals te leren bij elke scheiding de wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (zie meer info) in te zetten, wordt het gemakkelijker signalen van ouderverstoting vroegtijdig te leren herkennen. Evenals het vroegtijdig en laagdrempelig bespreken van zorgen rond een kind, wanneer de ouders in scheiding liggen.

Drie niveaus van ouderverstoting

In de onderzoeksliteratuur worden drie niveaus van ouderverstoting onderkend: mild, matig sterk en ernstig waarbij de laatste vorm gelinkt wordt aan pathologie bij de verstotende ouder. De FamilieAcademie onderscheidt verschillende gradaties van ouderverstoting.
De milde vorm van ouderverstoting is regelmatig te zien in de beginfase van de scheiding. Elke scheidingssituatie vraagt om aanpassingen van een gezin en iedereen die daarbij betrokken is. Vaak kinderen na een scheiding een ouder, of beide ouders minder vaak, in een min of meer veranderde situatie. Deze veranderingen brengen verlies en rouw met zich mee. In deze fase hebben ouders soms weinig tot geen ruimte voor de rouw van hun kinderen en die van zichzelf. Of zicht op hoe een kind ook een nieuwe weg zoekt tussen de omgang met beide ouders en de loyaliteiten waar het nu mee te maken krijgt. Kinderen geven dan tijdens en na een scheiding soms aan een tijd een ouder niet/minder te willen zien. Hoe beter ouders in dit stadium afspraken kunnen maken over de opvoeding van de kinderen in het dagelijkse leven, hoe geringer het risico op ouderverstoting. Een kind krijgt de kans om te wennen aan een nieuwe situatie en te onderzoeken hoe het contact met beide ouders vorm te geven. Ook als ouders samen niet gemakkelijk meer met elkaar door een deur kunnen.
De matige vorm wordt gekenmerkt door de emoties van de binnen-ouder, waarbij het kind in deze emotie meegaat en zich negatief en oordelend gaat uiten over en naar de buiten-ouder. Wanneer het kind contact heeft met de buiten-ouder, laat het kind geen genegenheid of plezier in contact zien en is het erg teruggetrokken en terughoudend. Het herkennen, erkennen en werken met deze speciale doelgroep (kinderen en ouders) vraagt om goed opgeleide professionals en juristen. Naarmate het langer duurt voor ouders en kinderen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie, wordt de kans op een ‘lastige’ scheiding groter. Dit kan met zich meebrengen dat de omgangsregeling niet wordt nageleefd. Of dat ouders regelmatig strijd hebben waar de kinderen bij aanwezig zijn of onderdeel van uitmaken. Bij de ernstige vorm van ouderverstoting is de binnen-ouder, onbewust of bewust, bezig met het ‘programmeren’ van het kind en krijgt hierbij steun van de omgeving. Het kind is vijandig tegenover de buiten-ouder, weigert contact met deze ouder, weert het genegenheid met boosheid en ruw gedrag af en geeft geen blijk van schuldgevoelens of twijfel over zijn/haar gedrag en de uitgesproken minachting naar deze ouder. Interventie en hulp voor het kind kan alleen als het kind beschermd wordt tegen deze ‘programmerende’ binnen-ouder en er voortvarend wordt ingezet op herstel van de band met de buiten-ouder. Beide ouders hebben hier los van elkaar professionele hulp nodig om te leren omgaan met het kind als ouders, naast aparte hulpverlening voor het kind. Ouderverstoting wordt door ons een vorm kindermishandeling genoemd, immers de ontwikkeling van een kind komt in het gedrang (zie de folder ouderverstoting en 6 tips voor professionals).

Praktijkgericht onderzoek dringend nodig

Ouderverstoting is ook internationaal nog relatief weinig onderzocht terwijl het vele mensen treft en ook in jeugdbescherming, opvang en de rechtspraak vaak voorkomt. In Amerika hebben onderzoekers als Amy Baker en Richard Warshak inzicht geboden in mythen, kenmerken en korte en langere termijn effecten van alienation. Ook het werk van de Amerikaanse klinisch psycholoog Childress wordt gebruikt die de ernstigste vorm van ouderverstoting ziet als pathologische rouw en pathogeen ouderschap. In Engeland zijn Karen en Nick Woodall actief vanuit de Family Separation Clinic. Er is in Nederland nog nauwelijks kennis voorhanden over verschijningsvormen van ouderverstoting en de gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen op de korte en lange termijn, terwijl er wel praktijken zijn waarmee geëxperimenteerd wordt met de aanpak van dit probleem, zoals de familieacademie, mediation na geweld en de benadering van neutraal ouderschap.
Er is dringend verdiepend praktijkgericht onderzoek nodig in dit moeilijke veld zo vol van conflict en verdriet. Sietske doet een verkennend vooronderzoek waarin ze moeders en vaders interviewde die met ouderverstoting te maken hadden en inzoomde op de relatiedynamiek tussen kinderen en de ouder en de ex-partners. Het instrument de MASIC kan een rol vervullen in het inzichtelijk maken van het geweld tegen en van (ex) partners. Voor verdere analyse en een uitgebreider onderzoek is meer draagvlak en (co)financiering nodig. Zij wil daarover graag in gesprek met beleidsmakers en bewindspersonen.
Erna vraagt aandacht voor middelen voor nader praktijkgericht onderzoek naar verheldering van deze collectieve blinde vlek, gekoppeld aan haar casuïstiek, door ook in 2018 mee te dingen met de Divorce Challenge.

Leren signaleren en onderzoeken van ouderverstoting

Dijkstra interviewde tot dusver acht moeders en drie vaders en hield een focusgroep met zes vaders waarin ze vooral focuste op de relatie dynamiek met de ex-partner en de kinderen. Dit leverde schrijnende verhalen op van moeders en vaders die een of meerdere kinderen niet zien of ze wel zien zonder dat er contact is.’ Ik zie dan mijn zoon van tien maar hij kan mij niet zien, dan zitten er luikjes voor zijn ogen’. Een vader vertelt hoe zijn ex-partner een zesde rechtszaak tegen hem aanspande waarin ze eenhoofdig gezag verzocht en volgens hem ten onrechte claimde dat hij haar mishandelde en probeerde te doden en dat hij ongeschikt is als vader. Een andere vrouw vertelt hoe haar ex-man controle uitoefent via de kinderen in haar huis: ‘ Ze gebruiken hun telefoon, fotograferen en sturen de hele tijd whats app berichten waarin mijn ex hun ruwe en ongepaste gedrag de hele tijd aanmoedigt’. Een andere moeder vertelt hoe haar ex-man hun zoon van 12 probeert over te halen bij hem te komen wonen door hem een grote kamer en een puppy hondje te beloven en aan te geven dat hij hem zo mist. Dit levert bovendien strijd op met zijn oudere broer en zus die hun vader niet willen zien en zo blijven de familieverhoudingen steeds weer op scherp staan.

Ouderverstoting zo vroeg mogelijk voorkomen door te leren handelen

Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Meestal zijn we te laat als ouderverstoting wordt herkend. Het is dus belangrijk om alerter te zijn op vroege signalen. Tijdens de trainingen wordt hier aandacht aan besteed. Het gaat om bewustzijnsgroei en uitbreiding van de handelingsmogelijkheden. Dat betekent ook het uitdagen van aannames die de blinde vlek van ouderverstoting weerspiegelen:

  • Waar rook is, is vuur. Als een kind een ouder niet meer wil zien, dan ….
  • “Waar twee kijven hebben twee schuld.”
  • “Als je recht hebt op je kind, maar je ziet het niet, dan ga je toch naar de rechter”.
  • “Je kunt een kind toch niet dwingen om de andere ouder te bezoeken?”
  • “We kunnen als professionals, niet achter een ouder gaan staan en meervoudige partijdigheid daarmee opgeven.”
  • “Deze moeder is hoogopgeleid en erg mondig, ook in de opvoeding van de kinderen en deze vader is hulpeloos en heeft ondersteuning nodig om zijn vaderrol uit te kunnen oefenen en daarom gaan we achter hem staan.”
  • “Mannen zijn geweldpleger en vrouwen zijn slachtoffer.”
  • “Deze ouders moeten eenvoudigweg beter leren communiceren met elkaar”.
  • Welwillende ouders hebben het beste met hun kinderen voor, hierdoor kunnen wij niet de kwaadwillendheid en psychopathologie van een ouder in de opvoeding zien.
  • “Ouders die verstoten zijn, zijn nare ouders met weinig pedagogische vaardigheden die zichzelf niet in de hand hebben en vanuit hun pijn in een tunnelvisie alleen maar naar de andere ouder kunnen wijzen. Zij zullen het er zelf wel naar gemaakt hebben.”

Tot slot: Week tegen geweld

In deze blog breken wij een lans voor het eerder zien, behandelen en voorkomen van ouderverstoting dat wij zien als kindermishandeling. Immers de ontwikkeling van een kind komt in gevaar. Door het consequent inzetten van de Meldcode maken we het gesprek over zorgen bij contactverlies tussen ouders en kinderen mogelijk. De collectieve blinde vlek voor langdurig contactverlies in families kost onze samenleving veel te veel. Door middelen vrij te maken voor praktijkgericht onderzoek kunnen en moeten we onze inzichten verdiepen, en kunnen we professionals, ouders en kinderen helpen om deze ingewikkelde zaken te ontwarren en kinderen en ex-partners te ondersteunen zodat deze zonder geweld verder op kunnen groeien en op kunnen voeden. Uit onze scholings- onderzoeks- en adviespraktijken blijkt dat hier dringend behoefte aan is.

Door © Sietske Dijkstra en Erna Janssen

 

Voetnoten:

1) Het begrip huiselijk geweld is breed en wordt in de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling als volgt gedefinieerd: “Geweld dat gepleegd wordt door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer, dat wil zeggen (voormalige) partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Het begrip huiselijk heeft expliciet te maken met de relatie tussen pleger en slachtoffer en niet met de plaats van het geweld. Geweld tast de persoonlijke integriteit aan. Het kan daarbij gaan om lichamelijk geweld (mishandeling), psychisch of emotioneel geweld (uitschelden, treiteren, kleineren, bedreiging, stalking), ongewenste seksuele toenadering of seksueel misbruik.”
2) Vooral het verder uitvragen en onderzoeken van het dwingende psychische geweld en de impact daarvan staat internationaal zeer in de belangstelling. Een kernvraag daarbij is nagaan wie wat heeft gedaan bij wie en wat daarvan de impact was.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.