Ouderverstoting en oudervervreemding

Een vorm van psychische kindermishandeling

Kinderen scheiden mee. Maar hoe? Vanwege het gebrekkige scheidingsprocesrecht blijven er echtparen die hun kinderen mishandelen door met twee advocaten te gaan vechten over omgang en gezag. We wachten op een wet die scheidende ouders verplicht eerst tot overeenkomst te komen, tenminste over hun zorg voor de kinderen. Het geneesmiddel ligt klaar: er zijn bemiddelaars. Wie samen naar bed konden om kinderen te veroorzaken, dienen samen aan tafel de zorg voor hun kinderen te regelen. De kinderen wachten op vrede tussen hun ouders. Een paraplugesprek. Maar de vier-partijen-procedures jagen de agressie op, de hakken gaan steeds dieper in het zand. Waar hulp en oplossingen liggen te wachten in de mediation wordt overbodig gerapporteerd in tijdsduren die het kinderlijk tijdsbesef ver overschrijden. Gedurende die procedures krijgt de ouderverstoting alle kans.

De onlangs overleden Amerikaanse psychiater Richard Gardner, hoogleraar klinische kinderpsychiatrie aan de Columbia University, heeft in praktijk, studie en onderzoek een levenswerk gemaakt van de ouderverstoting en oudervervreemding bij scheiding en schreef in 1985 een standaardwerk over ‘The Parental Alienation Syndrome’ (PAS), een stoornis die ontstond bij kinderen die door scheiding van een van de ouders werden vervreemd. Zijn gesprekken met kinderen zijn boeiend en verhelderend. De tweede, meer uitgebreide druk verscheen in 1992.
Hieronder beschrijven we de elementen, het ontstaan en de werking van PAS in een zaak die onlangs voor het Gerechtshof speelde en waarvoor mij verzocht werd een expertise te schrijven, een taak die ik aanvaardde onder de voorwaarde dat ik uitsluitend in het belang van het kind en vanuit dat perspectief zou adviseren.
Het oudervervreemdingssyndroom of PAS
Het frustreren van contact met een ouder is het begin van ouderverstoting.
Ouderverstoting en oudervervreemding zijn vormen van psychische mishandeling van kinderen, een bedrieglijk systeem waarvan de gevolgen een leven lang kunnen duren. Kort samengevat bestaat het oudervervreemdingssyndroom uit de volgende elementen:

  1. PAS-kinderen vinden in hun ouders geen rol meer voor identificatie, noch bij de vader noch bij de moeder, noch voor hun relatie met jongens noch voor hun relatie met meisjes.
  2. Ze lijden aan valse inschattingen van de werkelijkheid, ook op latere leeftijd, ook in andere maatschappelijke situaties. Ze zijn geprogrammeerd dingen te geloven die niet kloppen met hun eigen observaties en ervaringen.
  3. Ze lijden aan verwarring en twijfel aan zichzelf en hebben een laag zelfrespect. Ze neigen niet zelden naar psychotische ontsnappingen aan de werkelijkheid –reality-testing-. (Afhankelijk van de persoon, noemt Gardner relaties van PAS met psychosen zoals paranoia, hysterie of psychopathie. In relatie tot psychopathie wijst Gardner op het gebrek aan schuldgevoelens voor de effecten van laster op de verstoten ouder.)
  4. Het geeft het (volwassen) kind een diep gevoel van verlies van een geliefde ouder.

De zaak Isabel
Man en vrouw waren niet gehuwd. De man heeft hun kind, Isabel, de namen zijn gefingeerd, bij de geboorte erkend, het kind kreeg zijn achternaam. Vanaf haar geboorte had de man drie jaar omgang met Isabel, van 1998 tot 2001, totdat moeder dit plotseling stopzette. Rechtens kon dat niet, want de ouders hadden een overeenkomst gesloten. Bovendien had de kinderrechter de omgangsregeling tussen vader en kind nog eens uitgesproken. In 2001 stelt de rechter wederom een omgangsregeling vast, maar moeder verleent vader en kind geen omgang. De raad voor de kinderbescherming rapporteert: “er zijn geen contra-indicaties voor omgang van vader met Isabel”, maar als moeder toch stopzet, laat de raad het maar zo. Moeders wil wordt wet.
Merkwaardigerwijze wordt aan moeder nooit gevraagd, niet door de raad en niet door de rechtbank: wat zegt moeder aan het kind? Hoe praat ze over vader?
In 2002 komt de zaak weer voor de rechtbank; de raad adviseert nu “herstelcontacten”, moeder weigert deze. Moeders wil blijft wet.
Pappen en nathouden
Advocaten hebben er in omgangszaken een strategie op gebouwd: “pappen-en-nathouden”. De raad voor de kinderbescherming doet er aan mee en zet in het rapport dat “moeder geholpen moet worden”. Waarmee? Dat zegt het rapport niet. De expertise geeft antwoord: Normen horen bij hulpverlening in justitiëel kader. Dus moeder confronteren met de wet, terugbrengen naar haar verantwoordelijkheid volgens de wet en moeders antwoordmogelijkheden zoveel mogelijk versterken. Feitelijke rechtshandhaving. Het recht teneinde toe denken, ook in termen van sancties. Maar het ontbreekt de rechtspraktijk aan rechtshandhaving op dit terrein. Rechtshandhaving is voorwaarde voor hulpverlening. Hoe precies? Ik kom daarop terug.
De tijd verstrijkt
De pogingen van vader om zijn kind te zien vloeien voort uit zijn verantwoordelijkheid als vader. Maar die pogingen lopen vast in een gebureaucratiseerd proces van dossiervorming. Vader is nu twee jaar aan het procederen. Onderzoeken en rapportages nemen steeds meer tijd in beslag en zijn onverenigbaar met het kinderlijk tijdbesef. Toen moeder de omgang “stopzette”, was het meisje drie jaar, nu vijf. De “Normen 2000” van het ministerie stellen dat het raadsonderzoek “dertien weken na het verzoek worden afgesloten.” Na het verzoek van het Hof werd het 12 maanden! Isabel wacht.
Isabels oudervervreemding gaat al twee jaar lang door. Wat heeft moeder sindsdien aan haar dochter gezegd? Het raadsrapport meldt er niets over. Ook de rechter vraagt moeder er niet naar.
Wat vertelt het kind?
Het kind vertelt er wel over, zo blijkt. Als ik het dossier doorspit, komen er stukken naar boven die niet in het rapport van de raad zijn genoemd. Isabel, vijf jaar, vertelt aan de gedragsdeskundige van de raad, dat papa Johan niet op haar verjaardag komt. “Papa Johan woont heel ver weg, helemaal in Amsterdam” zegt Isabel, die in Haarlem woont. Het kind geeft een uitweg: “Je kunt daar met de trein komen.” Dan zegt ze: “Ik moet van mama hier heel hard zeggen: ik wil papa niet zien. Als ik het een beetje zeg…zo..(ze schudt weifelend met haar hoofd en zegt zachtjes “nee”) dan weten ze het niet.” “Haar moeder”, vervolgt de gedragsdeskundige het verslag, “heeft haar dit geleerd. Isabel voegt eraan toe dat als ze met papa Johan meegaat, hij haar altijd weer terug moet brengen. Hij mag haar niet aanraken.”
Dit bijna zoekgeraakte verslag is onthullend. Moeder verstoot vader. De Parental Alienation is begonnen. “Moeder leert het kind” aldus Gardner, “iets anders zeggen dan het zelf vindt en ervaart, een indoctrinatie tot vijandschap vanuit moeders haat.’ Gardner spreekt van een bedrieglijk systeem dat niet op de werkelijkheid is gebaseerd (‘a delusion system which is not reality-based’)’. Vader wordt vernederd, gedenigreerd, geminacht, belasterd en ontkend, aldus Gardner.
Ik spit door in de dossiers en vindt een verslag van een orthopedagoge in gesprek met Isabel. Toen was ze bijna vier jaar. Ik geef u weer de letterlijke tekst:
“Ga je nog wel eens naar papa Johan?”
“Nee, omdat mama het niet wil. Ze wil dat niet, omdat hij niet lief is.”
“Wat doet hij dan?”
“Papa gaat met mij naar de speeltuin en de glijbaan. Dat vind ik wel leuk, maar mama niet”.
“Is papa Johan lief?”
“Hij is stout, zegt mama. Mama vindt hem niet lief, omdat hij Isabel niet lief vindt.” Dan: “Mama vindt papa Johan niet lief en hij vindt mama niet lief.”
De interventies van Isabel bij de gedragsdeskundigen zijn voor een drie- en vijfjarig kind intelligent en behoedzaam. Zij spaart daarin beide ouders, en geeft tegelijkertijd een krachtig signaal van ouderverstoting af. Het is verbazingwekkend dat de significante uitlatingen van Isabel in het raadsrapport niet voorkomen, ook niet bij conclusie en advies van de raad. Vreemd, want het Hof Amsterdam wilde blijkens haar beschikking meer van Isabel en het contact met haar vader weten. Deze beschikking past als een handschoen om de hand van de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, ook over de procedure betreffende omgang van een drie- tot vijfjarig kind, waarin het Hof verlangt: ’correct and complete information on the child’s relationship to the applicant as the parent seeking access to the child for establishing a child’s true wishes. (EHRM 11 oktober 2001, NJ 2002, 417)
Informatie van het kind
Het is inderdaad zo dat we verrassend veel informatie krijgen van kinderen. Veel meer dan van vechtende ouders en advocaten.
Het verslag vervolgt: Isabel zegt het leuk te vinden papa Johan weer te zien. “Ze bevestigt het leuk gevonden te hebben bij papa Johan.”
Nu pas realiseer ik me dat er een nieuwe vader in het spel is. “Papa Johan” wordt onderscheiden van papa! Moeder heeft een nieuwe vent! Natuurlijk! Maar niemand zag het of zei het, de rechter niet, de raad niet, niemand heeft het erover. Ook moeder wijselijk niet. Dat klopt ook met de datum: twee jaar geleden ging moeder omgang weigeren. De oude vader moest weg! Hij werd alsnog, om met Gardner te spreken, een sperma-donor. Niet voor het kind, die praat vrolijk door over papa Johan, maar voor moeder! Het gaat moeder niet om het kind, maar om haar nieuwe liefde! Richard Gardner observeerde het als een van de factoren die kan leiden tot PAS: ‘The desire to create a new family. This factor operates when the mother has a male replacement for the father.…she will exclude the father and encourage the children to view his replacement as the “real” daddy.’ Of zoals een moeder zei in een forensische bemiddeling: “Ik wil hem – ze wijst naar haar vroegere partner – het liefst wegpoetsen uit mijn leven.”
Oudervervreemdingssyndroom
Dat brengt me op vèrgaande gedachten: kinderen zijn trouwer aan hun ouders dan de ouders zelf. Dus niet alleen aan hun partner, nee, ouders zijn ook minder trouw aan hun kinderen dan kinderen aan hun ouders. Dat kan vèrstrekkende gevolgen hebben! Op welk graf zullen ze dansen? Met welke onvervulde verlangens?
Ik heb een reeds lang gepensioneerde advocaat gekend, oudste zoon van in zijn jeugd gescheiden ouders. Hijzelf deed nooit echtscheidingen. Tot aan zijn dood ging hij iedere veertien dagen met een schopje en een emmertje in de trein naar het graf van zijn moeder in Bilthoven en harkte haar graf aan. Daarna ging hij met schopje en emmertje door naar het graf van zijn vader in Soest en harkte het aan.
Ik heb het hem nooit durven vragen, maar ik vermoed dat deze man –oudste kinderen ervaren vaak bijzondere verantwoordelijkheden voor het gezin- elke veertien dagen wat aarde van zijn moeders graf naar het graf van zijn vader bracht en omgekeerd. Het was zijn pelgrimstocht naar de oer-relatie tussen kind en ouders.
Als “de campagne van denigreren en smaad” lang genoeg duurt zien we een groot aantal kinderen de vocabulaire van de verzorgende moeder overnemen. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Het kind wil het risico niet lopen om door moeder net zo behandeld te worden als zij vader behandelt. Het gaat met moeder meedoen. Gardner: One child told me: when he has to write the word dad in school, he writes DOG. Het ouder-vervreemdingssyndroom nadert zijn voltooiing. Allerlei leuke dingen die zij vóór de scheiding met vader deden kunnen zij zich niet meer herinneren. The child will often say for all pleasurable events before separation : ‘I don’t remember’. En na het bezoek aan vader ‘a girl said: He doesn’t give me enough food when I‘m there’. Een jongen over zijn vader die chirurg is: He is only a plastic surgeon. Gardner noemt dit “a borrowed scenario” in de minachtingscampagne en het kind als de zogenaamde “onafhankelijke denker”.
Je kunt hier naar mijn inzicht niet de tweedeling “bewust” of “onbewust” jokken op loslaten. Het kind is in een onzekere toestand geraakt, waarin het de werkelijkheid niet meer kan beoordelen, omdat het in twee werkelijkheden leeft. Dit element van het syndroom zie ik in mijn praktijk ook terug bij veertigjarige PAS-kinderen. Een vrouw van in de veertig die haar vader na dertig jaar terugzag, zei: “Ik heb links in mijn hoofd mijn moeder en rechts mijn vader.”
(Op pagina 98 van zijn boek geeft Gardner een dialoog tussen moeder en kind weer die laat zien hoe “het geleende scenario” overgaat in zg. onafhankelijk denken van het kind.)
Psychological bonds with both parents
Ondanks de oudervervreemding die Gardner in zijn klinische praktijk waarneemt, stelt hij dat het kind psychological bonds with both parents behoudt. Een band die pas sterft als het kind zelf doodgaat. Een belangrijke observatie. Het kan betekenen dat kind en ouder de relatie herstellen. Er zijn kinderen die op oudere leeftijd, soms op advies van hun therapeut, naar het graf van een ouder gaan en hem of haar dan “de” waarheid zeggen. Het betekent in ieder geval dat moeder er belang bij heeft tot de werkelijkheid terug te keren. En dat justitie haar verplicht volgens wet en mensenrecht te handelen. Hoe dat in zijn werk kan gaan, daarmee eindig ik mijn advies inzake Isabel.
Het nogal partijdige rapport van de raad voor de kinderbescherming kon niet anders dan concluderen: ‘Er bestaan geen contra-indicaties voor omgang met vader.’ Niettemin wees de raad omgang af! De ouders, vond de raad, moeten maar eens terugkomen als ze een betere communicatie hebben. Het betekent dat de onwillige ouder slechts hoeft te zorgen voor een slechte communicatie en dan het recht aan haar zijde vindt! De voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad Leyten bracht in zulke gevallen het volgende rechtsadagium in herinnering: Men kan geen recht ontlenen aan eigen slechtheid.
De ondeskundigheid van het raadsrapport betrof: onbekendheid met de rapportage-methode, met de psychologie van het scheidingsproces, met PAS, het niet toepassen noch handhaven van de wet en het niet gebruik maken van bestaande forensische bemiddelaars.
Mijn advies inzake Isabel
De oorzaak van het ontstaan van PAS bij Isabel is het déloyaliteitsconflict tussen beide ouders dat reeds in het stadium van ouderverstoting is. Met de kennis die we sinds 1985 hebben van de psychologie van het scheidingsproces weten we dat de voornaamste oorzaak van déloyaliteit is: de afwezigheid van het noodzakelijk adieugesprek (de zg. scheidingsmeldingsinteractie) tussen de partners. Als het adieugesprek niet of gebrekkig plaatsvond, blijven de ex-partner-emoties de noodzakelijke ouderrollen frustreren en ontstaat er verminderde oudercapaciteit. De enige thans beproefde methode om uit dit déloyaliteitsconflict te geraken bij ouders van wie er één niet aan de bemiddelingstafel wil komen is een door de rechter op te leggen verplichte bemiddeling met benoeming van een gecertificeerde forensisch bemiddelaar, tevens als deskundige. De doelstelling van de bemiddeling is dat ouders hun ouderrol in gezamenlijke zorg voor Isabel weer oppakken.
Uiteraard legt de rechter onmiddellijke omgang tussen vader en kind op.
Bij gebrek aan loyale medewerking aan omgang en bemiddeling zal de forensisch mediator zulks onmiddellijk aan het Hof melden. Mocht moeder niet meewerken, zoals de laatste twee jaren gebeurde, dan zal het Hof meewerken aan een wijziging van verblijfplaats van Isabel naar vader, cq. een wijziging van het gezag aan vader, uiteraard met een goede omgangsregeling voor moeder en Isabel. In mijn Handboek Scheidingsbemiddeling, tweede druk 2001, wordt een verplichte bemiddeling beschreven die, na een vechtprocedure van drie jaar, in drie uur tijd tot een inhoudelijke overeenstemming kwamen, die leidde tot loyale omgang, het paraplugesprek met de kinderen en gezamenlijke zorg (zie p.156-160)
Aldus doende, kan niet alleen het syndroom van PAS bij Isabel voorkomen worden, maar zullen ook Isabel en haar vader elkaar weer zien, zoals de wet vereist en zal moeders negatieve energie worden omgezet in een herstel van een normale relatie met haar kind.

Bron: Prof mr.G.P. Hoefnagels – Maart 2004 – Echtscheidingsbulletin

Reageren is niet mogelijk