Raad van de Kinderbescherming

Raad van Kinderbescherming

Heel veel verstoten ouders of ouders die in een high conflictscheiding zitten, krijgen te maken met de Raad van Kinderbescherming.

Veel van deze ouders denken in eerste instantie ‘geholpen’ te worden. Het woord “ bescherming “ suggereert dat de kinderen nu eindelijk in bescherming worden genomen tegen kindermishandeling, wat ouderverstoting nu eenmaal is.

Veel ouders komen bedrogen uit en beseffen te laat in welke slangenkuil ze dit keer zijn gestapt. Ze worden overvallen door vooringenomenheid van Raadsonderzoekers, die soms suggestieve  vragen stellen. Die onderscheid maken tussen de ouder met hoofdverblijfplaats en de uitwonende, afwezige ouder. Deze ouders worden meestal na 1 gesprek  overvallen door een  raadsrapport, waarin meningen als feiten worden gepresenteerd,  en dat een weergave is van een hij zegt/zij zegt-verhaal, of dat naar bepaalde eindconclusies toegeschreven wordt.  Dit rapport vertegenwoordigt de waarheidsvinding van de Raad van de Kinderbescherming met vaak desastreuze adviezen richting de rechter. Op basis van een gesprekje van een uurtje per persoon met een Raadsonderzoeker. 9 tegen 10 dat de rechter blind het advies opvolgt en daar sta je dan! Het is te laat, dit  gaat jou gedurende de jeugd van jouw kinderen achtervolgen.

Een ouder kan zich maar beter goed voorbereiden, ten einde er zonder al te veel kleerscheuren van af te komen, letterlijk en figuurlijk.

Ten eerste; begrijp met welke organisatie jij te maken hebt:

Het hoofdkantoor van de Raad van de Kinderbescherming zit in hetzelfde gebouw/vleugel als het Ministerie van V&J. Zie de belangen.

Professor Hoefnagels, toch niet de minste, heeft de Raad van Kinderbescherming en zijn ketenpartners diverse malen gewaarschuwd; ga terug de schoolbanken in, want er staat ons een maatschappelijke ramp te wachten. Het rapport uit 2002 loog er niet om. Toch belandde zijn noodkreet en voorstel in de prullenbak. Hoe kan dit? Zou het een centenkwestie zijn?

Want als tegenhanger kreeg de Universiteit te Utrecht, lees Drs. Ed Spruijt, de opdracht van de Raad om een eigen rapport uit te brengen: Het verdeelde Kind, 2002.

In dat rapport staan 2 zaken die tot nu toe het beleid van de Raad van Kinderbescherming en al haar ketenpartners voor een groot gedeelte  bepalen!

  1. Ouderverstoting bestaat niet, het zijn 2 ouders die elkaar bevechten en dat geeft onrust
  2. Onrust is slecht voor het kind, derhalve is het beter dat de rust wederkeert en hoe doe je dat?
  3. Door de uitwonende ouder de Koninklijke weg op te leggen. En hoe doe je dat?
    1. Door te vertellen dat als jij echt van jouw kind houdt, jij afstand neemt van het kind, omdat het kind overduidelijk in de verdrukking zit, door jouw aanwezigheid, daar het kind afhankelijk is van de zorg/hoofdverblijfplaats ouder => Zo werken ze op jouw gevoel in.
    2. Door de Koninklijke weg dus simpelweg op te leggen door jou aan te merken als strijdende ouder. Immers het kind is afhankelijk van de zorg/hoofdverblijfplaats ouder, dus als die jouw aanwezigheid in het leven van het kind als onrust ervaart, wordt die hoofdverblijfplaats ouder in bescherming genomen, daar de rust, die dan ontstaat beter is voor het kind. De andere ouder krijgt in het beste geval een minimale omgangsregeling.
    3. Als het kind  aangeeft geen contact te willen met de andere ouder, is dat zo en moet die ouder maar wachten totdat het kind uit zichzelf naar jou op zoek gaat.

Zie de problematiek waar je tegenaan loopt en ons beroep aan de Raad van Kinderbescherming om afstand te nemen van dit rapport omdat aangetoond is dat dit rapport niet berust op een gedegen wetenschappelijk onderzoek. Ook De rol van Ed Spruijt in deze is, op zijn zachtst gezegd, dubieus. Laten we zo zeggen; de Koninklijke weg is hem 2 keer zeer goed uitgekomen en 4 kinderen hebben afscheid kunnen nemen van hun uitwonende biologische ouder.

Maart 2012 heeft Ed Spruijt een column geschreven in de Nieuw Gezin Nederland, waarin hij afstand heeft genomen van de Koninklijke weg. Wij hebben hem gevraagd of hij dit ook zou willen communiceren met de Raad. Maar nee, hij vertelde ons dat de Raad en haar ketenpartners maar zijn recente boeken zouden moeten kopen.

Tegenover deze Ed Spruijt en de Koninklijke weg staat de complete rest van de gehele nationale en internationale wetenschap. Rapporten ten over die benadrukken dat beide ouders  van groot belang zijn  voor de identiteitsontwikkeling van het kind. Voor veilige hechting, een basis, eigenwaarde , noem maar op.  Ook de frequentie van een omgangsregeling  is van belang en de tijdsduur.

Toch lijkt de Raad en ketenpartners nog steeds geen ander beleid aan te durven dan de principes  van de Koninklijke Weg, gebaseerd op  het verdeelde kind uit 2002.

Anno nu, wetende wat wij weten, zouden wij nooit akkoord moeten gaan met de Koninklijke weg en dat dus zeker bespreekbaar moeten maken, mocht je dat gesprekje met de Raadsonderzoeker hebben.  Wat is hun visie? Wat is het beleid? En belangrijker: Benadruk tijdens dat gesprek het belang van beide ouders in het leven van het kind. Neem artikelen mee over hechting , zeker bij jonge kinderen en laat zien dat  het wetenschappelijk is aangetoond dat een uurtje omgang  per 6 weken uit den boze is. Neem artikelen mee met betrekking tot de identiteitsontwikkeling van een kind. Praat over jouw kind en in het belang van het kind.

En dan is wel de toon gezet; de Raadsonderzoekers zijn niet bijgeschoold op het herkennen van de signalen van ouderverstoting, maar hebben uitsluitend het beleid als leidraad.

Sterker nog als jij de Raadsonderzoeker eigenlijk gaat onderwijzen, zal jij het risico lopen een hoop tegenstand te  ontmoeten. Want wie ben jij dan wel? Tegenvraag zou kunnen zijn waarom zij zichzelf niet beter bijscholen, hoort dat niet bij hun professie? Vakliteratuur bijhouden?

Want als wij met 4 woorden (kind verklaart tegen ouder) en 2 muisklikken van het onderwerp ‘ouderverstoting’ verwijderd zijn, dan zijn zij dat toch ook? Dus sta daar boven en trap niet in een paar valkuilen. 1 van de grootste valkuilen is dat jij meegaat in het ‘hij zegt/ zij zegt verhaal’.

Volgens artikel 3.3 van de Jeugdwet  hoort de Raad van Kinderbescherming aan waarheidsvinding te doen. Dat doen ze echter niet altijd. De raad vindt dat zij met het optekenen van het hij zegt/ zij zegt verhaal voldoende  aan waarheidsvinding heeft gedaan. Zijnde haar waarheid en zijn waarheid. Het startschot om los te gaan op elkaar en elkaar als ouders de diskwalificeren, wat koren op de molen is van de Raad. Als dat geen reden is voor een OTS, dan weet de Raad het ook niet meer.

Dus doe niet mee aan het zij zegt/hij zegt verhaal. Houdt het op feiten, waarbij jij je focust op het belang van het kind. Kom met feiten en niet met meningen. Omschrijf feitelijk gedrag of gebeurtenissen, die jij kunt bewijzen. Ga niet babbelen! Ga niet zogenaamd gezellig in gesprek. Let op elk woord dat je zegt en pas op dat jij jouw ex niet diskwalificeert. Vragen als ‘vind jij jouw ex een goede ouder’? Moet je afdoen als dat jij niet ter zake kundig bent op dit moment.

Kom niet met diagnoses, al dan niet formeel/medisch vastgesteld. Het keert zich tegen jou. Laat ze zelf maar tegen die persoonlijkheid van jouw ex aanlopen. Omschrijf hooguit gedrag/feiten en laat die voor zich spreken. Let wel; als jij het gaat hebben over een narcistische/ borderline/pathogene persoonlijkheid en je hebt er wel een kind van gekregen/gewild, vaak zelfs meerdere, dan diskwalificeer jij ook jezelf! Jij hebt jouw kinderen daar maar wel mooi achtergelaten en trouwens, je kunt wel meer zeggen….wellicht wil jij wraak nemen op jouw ex door die in een kwaad daglicht te stellen. Sterker nog, het gaat jou waarschijnlijk helemaal niet om jouw kind, maar om jouw ex, jij zorgt voor onrust, dat moet stoppen, advies; einde gezag  en/of OTS gecombineerd met een trajectje op dat ouders weer met elkaar leren communiceren….

Wijs de Raadsonderzoeker  op de wet. Dat die aan waarheidsvinding moet doen en dat derhalve het rapport moet berusten op feiten. Want dat is apart, juist echte feiten worden vaak uit het rapport gehouden. Feiten, zoals politierapporten tegen de zorg/hoofdverblijfplaats ouder, blijven regelmatig onder de pet of worden gebagatelliseerd.

Conflictscheiding en de urgentie van goed onderzoek betreffende omgangszaken

‘Bij 40% van de mensen die in een high conflict divorce belanden, speelt huiselijk geweld een rol’ meldt Fier middels twitter. Het is een opmerking om even stil van te worden. Doorgaans negeert men het geweldsaandeel binnen omgangszaken. Het blijkt dat de wijze waarop hulpverleners naar een conflictscheiding kijken van belang is. Vooroordelen, eenzijdige beeldvorming en/of het negeren van kennis over geweld kan van grote invloed zijn op het wel en wee van ouders en hun kinderen. ‘Mother Blaming’ is heden ten dage ‘in’. Hierdoor staan binnen echtscheidingszaken partners die relationeel geweld hebben meegemaakt, vaak vrouwen, alleen en blijven verstoken van hulp. Het is niet ondenkbaar dat partners voor een tweede maal onder geweld te lijden hebben maar nu van de kant van ‘hulpverleners’ omdat zowel aan hun opvoedcapaciteiten als hun geestelijke gezondheid wordt getwijfeld. De gevolgen van stress laten zich raden. Ook voor kinderen is deze ontwikkeling niet wenselijk. De partner die geestelijk en/of fysiek geweld gebruikt tegen de (ex) partner hoeft zich niet te verantwoorden. Slechts de omgang staat centraal en de logistieke problemen rond die omgang.  Het geweld dat binnen de relatie en/of na het beëindigen van de relatie heeft plaatsgevonden wordt genegeerd. De problematiek van de mishandeling wordt zoveel mogelijk buiten beeld gehouden.

Weet dus wat je daar wilt zeggen en dat betekent ook meedenken in oplossingen en tegengas geven op suggesties van zo’n raadsonderzoeker, wanneer jij weet dat ze niet gaan werken. Zo is een traject ‘Ouderschap blijft’ of Kind uit de Knel’’  extra traumatiserend voor kind en jou. Ook dat is wetenschappelijk onderzocht en zelfs de uitvinder Margreet Visser geeft dit toe en kijk eens wie mee geschreven heeft aan de ontwikkeling van deze trajecten….juist; Ed Spruijt.

Corine de Ruiter stelt in het artikel ‘Het programma kinderen uit de knel in de knel’: ‘Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat er in vechtscheidingsgezinnen vaak meer aan de hand is dan alleen kinderen die knel zitten tussen ruziënde ouders’.http://www.directievetherapie.nl/inhoud/tijdschrift_artikel/DT-35-3-4/Het-programma-Kinderen-uit-de-knel-in-de-knel  Zij breekt een lans voor meer onderzoek naar geweld binnen scheiding en omgang: ‘De risico’s van hun (lees auteurs van het programma ‘Kinderen uit de knel’) aanpak, in het bijzonder het risico van onvoldoende onderzoek naar mogelijk geweld binnen het vechtscheidingsgezin, worden door de auteurs niet onderkend’. Zij adviseert:  ‘Gebruik maken van de recente wetenschappelijke kennis over vechtscheidingsgezinnen en leren van de best practices uit het buitenland’.

 

Kom zelf met oplossingen. Ken jij iemand die de omgang zou kunnen begeleiden? Kunnen ze deze zaak beter  doorsturen naar het High Conflict Forum? Is er een omgangshuis in de buurt als de wissel aan de woning een probleem vormt? En toon aan dat jij alles op alles zet en hebt gezet om desnoods op afstand een betrokken ouder te zijn. Denk aan betrokkenheid bij het dagverblijf, de school, sport.

Wil de Raad speuren in jouw verleden, wat een feiten onderzoek dus ook eigenlijk vraagt, denk dan na tot hoe ver de Raad terug mag gaan in jouw verleden. Zorg dat de Raad toestemming aan jou moet vragen om melding te maken van iets wat jij in jouw onbezonnen jeugd ooit hebt gedaan, waarvan de relevantie op dit moment totaal ontbreekt. Anders wordt het  negatieve beeldvorming ten aanzien van jou bij de rechter. Jij zult niet de eerste zijn die in zijn/haar jeugd iets heeft gedaan waar je niet trots op bent, maar wat al lang niet meer relevant is omdat het totaal verleden tijd is. De RvdK mag voor het onderzoek informatie opvragen bij school  en huisarts http://www.stichtingkog.info/media/Zonder_toestemming-maart_2017.pdf

Zeg duidelijk wat het probleem van jouw kind is en wat je zelf als oorzaak van het probleem ziet. Sommige hulpverleners vragen je naar jouw motivatie om te scheiden, de verwerking van kinderloosheid  en naar jouw eigen jeugd. Ga daar niet op in. Blijf bij het probleem van jouw kind. Mensen die het in hun jeugd slecht hebben getroffen met hun ouders, lopen een grotere kans zelf slechte ouders te worden. Als jij dus vertelt dat jij vroeger tekort bent gekomen, vertelt jij al bijna dat jij zelf jouw eigen kinderen niet kunt opvoeden. Daarom is het zo gevaarlijk in te gaan op vragen over jouw familie of over jouw eigen jeugd. Als jij  problemen hebt gehad, bijvoorbeeld in jouw relatie of jouw baan of met de familie en daar bovenop een probleem met jouw kind, is het verleidelijk om dit allemaal te noemen. Doe dat niet! De medewerker van de Raad is niet je vriend of onpartijdig hulpverlener. Wees wijs: stel je behoefte om je verhaal te vertellen uit, tot een later moment. Als je een uitlaatklep nodig hebt, zoek dan een zeer betrouwbaar iemand, maar niet iemand van een of andere instantie, met allerlei connecties.

Wat jij hebt verteld wordt genoteerd en je hebt geen recht op wijziging en correctie. Formeel heb jij correctierecht maar b.v. Bureau Jeugdzorg en de Raad van de Kinderbescherming vinden dat dit alleen geldt voor controleerbare gegevens. Als een geboortedatum fout in het dossier staat kan dit wel gecorrigeerd worden. Wanneer jij vindt dat jouw woorden onjuist weergegeven zijn ben jij afhankelijk van de welwillendheid van de hulpverlener. Je kunt een correctie niet afdwingen. Ook niet als het gaat over de weergave van jouw eigen woorden.

Boven alles; ga niet in de verdediging, dus reageer niet op het hij zegt/zij zegt verhaal, ook al krijg jij een rapport waarbij jij compleet wordt onderuit gehaald door jouw ex. Weersta de verleiding om dan ook maar eens de beerput open te trekken, want dat is nou net waar de Raad op uit is.

Daarbij zet de Raad jou ook nog eens extra onder tijdsdruk. Binnen 8 dagen reageren op het conceptrapport  graag. Neem vooral niet de tijd om op adem te komen en er weloverwogen iets van te vinden. Wel nee, reageer vanuit uw emotie!

Trap er niet in! Zelf doet de Raad weken over een onderzoek, waarom zou jij binnen 8 dagen moeten reageren? Schrijf een mail dat die 8 dagen natuurlijk te kort zijn en dat jij derhalve meer tijd nodig hebt en dat ze nog wel van je horen.

Herken jij jezelf niet in het rapport? Staan er flagrante leugens in en is de waarheidsvinding ver te zoeken? Schrijf terug dat jij vindt dat het rapport over moet, dat jij hier niet mee akkoord gaat en dat jij graag de beroepscodes wilt hebben van die Raadsonderzoeker en die gedragswetenschapper, die jij trouwens gedurende het raadsonderzoek  misschien nog niet eens hebt ontmoet! Medewerkers die gepresenteerd worden als “gedragswetenschapper” en “orthopedagoog” moet men controleren bij NVO of NIP. Deze terminologie blijkt ook rijkelijk gebruikt te worden voor medewerkers met een verkorte Hbo-opleiding Jeugdzorg met een vooropleiding MBO/HBO, zonder voldoende aantoonbare beroepservaring op genoemde terreinen.

Men kan de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen en Onderwijskundigen bellen om te vragen in welk register de gedragswetenschapper met wie u te maken hebt is opgenomen. Raadpleeg ook de website www.nvo.nl

 

Jeugdwet artikel 3.3
De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instellingen zijn verplicht in rapportages of verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.

Merkwaardigerwijs staat in Kamerstukken II 2013/14, 33 684, nr 10, p. 58: Onjuist weergegeven feiten kunnen gewijzigd worden. Andere opmerkingen worden als bijlage aan het rapport toegevoegd. Kunnen gewijzigd worden. Maar de wet zegt gelukkig: zijn verplicht.

 

Vindt  er dus dan wat van! Dien een klacht in tegen de Raadsonderzoeker. In het belang van het kind. Waarbij jij wederom belang hecht aan het onderwijzend karakter richting raadsonderzoekers, kunnen ze in een volgende zaak niet doen alsof alles nieuw is voor ze. Immers, als  dit rapport schadelijk is voor het belang van het kind! Dien een klacht in tegen die gedragswetenschapper. Dan maar niet die handtekening zetten! Doe dit opdat zij met ‘voortschrijdend inzicht’ in de toekomst anders gaan handelen 😉

ALS je al inhoudelijk reageert op het rapport, zorg er dan voor dat jij je houdt bij de feiten, niet ageert tegen het verhaal van de ex en eis dat jouw reactie integraal wordt opgenomen in het rapport. Doe je dat niet, dan wordt van  jouw reactie een bijlage gemaakt en achter het rapport geniet. En deze bijlagen worden niet meegestuurd naar al die ketenpartners waar jij later nog mee te maken gaat hebben. Gevolg; de ketenpartners lezen een eenzijdig rapport en jouw nuance is kwijt. Sterker nog, als jij aankomt met die bijlage, dan mogen ze die niet lezen omdat die immers niet bij het rapport zat.

Roulerende, niet ingelezen, familierechters hebben de neiging om 1 op 1 het advies van de Raad over te nemen. Wat zonder meer als een tactiek aangemerkt kan worden is het feit dat de raadsonderzoeker die het rapport heeft geschreven vrijwel  NOOIT op de zitting zelf aanwezig zal zijn, maar wordt waargenomen door een collega. Moeilijke vragen van de rechter richting Raad worden zo altijd ontweken. In het gunstigste geval legt de rechter het rapport naast zich neer en komt met een ander vervolg. LET OP! Dit is het moment dat jij de rechter moet verzoeken het rapport te vernietigen, daar dit rapport jou anderszins zal blijven achtervolgen. Jouw ex zal namelijk dit rapport met valse aantijgingen overal mee naar toe nemen en dan kan jij wel zeggen ‘ja maar de rechter heeft anders beslist’, de toon is gezet.

Toen Mevrouw A. Roeters in 2015 als directeur van de Landelijke Raad van kinderbescherming aantrad, gaf zij in haar toespraak ruiterlijk toe met z’n allen handelingsverlegen te zijn. Wij denken meer richting handelingsonbekwaam. Immers, medewerkers van de Raad van de Kinderbescherming  zijn niet bijgeschoold en de wil om zich  professioneel verder te blijven ontwikkelen in het belang van het kind is er (nog) niet. Of heeft geen zin, gezien het beleid? https://www.kinderbescherming.nl/actueel/nieuws/2017/05/01/anders-vasthouden-met-een-nieuwe-directie     http://nieuwejeugdbescherming.nl/article/annette-roeters/

Maar goed, sindsdien heeft Nederland de Divorce Challenge achter de rug. Wij hebben de problematiek rondom ouderverstoting  heel helder uitgelegd aan mevrouw Roeters en haar beleidtop. Op advies van de Raad zijn diverse ouders in kringgesprekken gezet en hebben wij maar weer vragen gesteld over het beleid (nog steeds uit 2002?) over de waarheidsvinding, over de bijscholing, over intimidatie van de raadsonderzoekers, over het zogenaamde maatwerk dat de Raad  zou leveren. Het blijft echter stil richting ouders, wel ontstond het project BRAM, die de podiumplek bij de Divorce Challenge kreeg, met 0 likes…… Wederom het zoveelste contraproductieve plan/idee/pilot dat ten koste gaat van de kinderen en ons!

 

De ene (vecht)scheiding is de andere niet

Volgens ons is de huidige situatie in Nederland als volgt: Conflictscheidingen worden nu te veel gezien als een communicatieprobleem: waar twee vechten hebben twee schuld. Hulpverleners zijn niet goed op de hoogte van de achtergronden van wat zij conflict- of vechtscheiding noemen. Er zijn conflictscheidingen met een voorgeschiedenis van partnergeweld. Uit onderzoek in Australië en Canada blijkt dat dit ongeveer de helft van de conflictscheidingen zijn. Bij elke conflictscheiding dient dus onderzocht te worden of er sprake is van een voorgeschiedenis van partnergeweld, en in het bijzonder van intieme terreur. Voorstellen voor opleiden professionals – Professionals moeten getraind worden in wetenschappelijk onderbouwde methoden om in conflictscheidingen zorgvuldig na te gaan óf er sprake is van partnergeweld en zo ja, om welk type geweld het gaat. Dit gegeven is van belang om een afweging te kunnen maken, welke interventie in dat geval het meest effectief is en in het bijzonder welke ouders wel en welke beslist niet naar mediation verwezen kunnen worden

 

Op de één of andere manier blijft de Raad ver van ons afstaan en worden ouders ronduit vijandelijk benaderd. Intimidatie door Raadsonderzoekers komt vaak voor;  “wij zijn het lijntje naar de rechter, dus  je kunt maar beter braaf zijn, anders’ ……..Laat staan dat jij beter bijgeschoold bent, of beter geïnformeerd bent via bijvoorbeeld onze website of facebookpagina. De raadsonderzoeker zal dit vermelden in het rapport als strijdend, terwijl deze raadsonderzoeker blij zou moeten zijn met het feit dat deze een geïnformeerde  gesprekspartner beschikt. Het gaat dus duidelijk OVER de ouders en zeker niet MET. Sterker nog, deze mensen denken een positief verschil te kunnen maken en dat is gezien de resultaten ronduit stuitend.  Het grappige in deze is  wel dat diezelfde raadsonderzoekers onze website en facebook nauwkeurig bijhouden, al is het maar om de ouder die zich uitlaat over de Raad hierop aan te kunnen spreken. Wij zien  liever dat ze naar ons toe komen om te leren….. https://kennisnetjeugd.nl/blog/355-stelling-de-raadsonderzoeker-is-te-laag-opgeleid

Maar pas op!  Een Raadsonderzoeker die het nu in één keer anders zou doen, valt het werk van de afgelopen jaren af en dat niet alleen, ook het werk van de ketenpartners; einde carrière.

Hier ligt echter een kans voor het hoofdkantoor: stap af van het beleid de Koninklijke weg.

Wij raden elke ouder aan de communicatie schriftelijk te houden. Kap telefoongesprekken meteen af. Wie schrijft, die blijft, waarbij wij jullie adviseren zelf niet uitvoerig te gaan schrijven en jouw mening/ waardeoordeel voor je te houden. Kom met feiten en laat ze zelf maar nadenken

Ook adviseren wij ouders elk persoonlijk contact, het raadsonderzoek, op te nemen met bijvoorbeeld jouw mobieltje of een spraakrecorder. https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2014/ombudsman-maakt-spelregels-geluidsopnamen  Te vaak lezen ouders een rapport waarbij ze zich afvragen of ze eigenlijk  wel bij dat gesprek aanwezig waren. De Raad werkt dit uiteraard tegen en reageert erg gebeten. Waarom? Wij zijn heel erg voor transparantie. Weet dat de meeste gesprekken sowieso worden opgenomen, door de instanties zelf. Dus waarom zo moeilijk doen als jij aangeeft het gesprek op te nemen en jij zelfs aanbiedt het bestand naar hun toe te sturen?

De Raad zal met een huisregels komen, die jij moet ondertekenen. Vaak staat daarin dat jij het gesprek niet opneemt. Dit document is niet rechtsgeldig. Dus, ook al zou jij tekenen, je mag vervolgens toch blijven opnemen en het uitgeschreven bij de rechtszaak inbrengen. Je kunt ook weigeren te tekenen, het maakt niet uit, het is de zoveelste vorm van intimidatie, waar jij dus eigenlijk weer wat van zou moeten vinden richting klachtencommissie

Te vaak zouden raadsonderzoekers en anderen in de keten veel eerlijker kunnen zijn en transparant aan moeten geven volgens welke criteria ze nou eigenlijk een ouder beoordelen. Zij geven immers het advies of jij nog in het leven van het kind zou mogen zijn. Dat doe je niet zo maar!

Als feit weten wij namelijk dat zij jou stiekem langs een hele andere lat leggen dan die jij je voor mogelijk houdt en daar kan jij een hoop van vinden, het is nou eenmaal zo:

  • Heb je woonruimte waar jij jouw kind kunt ontvangen? Let wel; goede woonruimte. Dus ja, subjectief, maar weet dat jij daar een hoop van zou willen vinden, het heeft geen zin. Anti-kraak bijvoorbeeld, of een kamer in een pension worden niet gewaardeerd.
  • Heb je wel een inkomen? Werk jij? Bijstand? Ziektewet? Alles kwijt/ failliet? Ze vinden er wat van en als jij dan wijst naar derden, bijvoorbeeld  jouw ex, dan halen ze hun schouders op. Van jou vinden ze er wat van, simpelweg omdat het kan.
  • Wat is jouw sociale omgeving? Heb jij nog een sociaal leven, wie zijn jouw vrienden, wat houdt jou bezig. Wederom vraag jij je af wat ze daarmee te maken hebben en ik ken iemand die…. Maakt niet uit, door bij de Raad te zitten, ben jij overgeleverd aan de subjectieve oordelen van derden.
  • Forse zorgen leveren beperkte beschikbaarheid, emotieregulatie, psychische gesteldheid, huiselijk geweld, sociale omgeving, financiële problemen, het belasten van [de minderjarige] met volwassenenproblematiek, onbetrouwbaarheid in het nakomen van afspraken, burenruzies en een gebrek aan probleeminzicht op.

Alles bij elkaar opgeteld is  ons advies; weet waar je aan begint, heb jouw zaken op orde, laat je niet uitlokken, ga niet zitten babbelen,  eis dat de Raad kwalitatief goed werk verricht en dien anders klachten in. https://demonitor.ncrv.nl/kindermishandeling/ik-vond-189-onwaarheden-in-8-dossiers-van-ouders-die-beticht-werden-van-kindermishandeling

Het zijn niet jouw vrienden, verwacht geen begrip

Wat wij verlangen van de Raad:

  • Afstand nemen van Het verdeelde Kind uit 2002 en derhalve de Koninklijke weg
  • Transparant werken, dus helder aangeven wat de beoordelingscriteria zijn
  • Bijscholing van de raadsonderzoekers, op het gebied van ouderverstoting en high conflict scheidingen
  • Enkel gespecialiseerde Raadsonderzoekers zouden zich bezig mogen houden met high conflictscheiding
  • De Wet respecteren, zie waarheidsvinding en het opnemen van gesprekken
  • Raadsonderzoekers die falen en/of intimideren zouden verantwoording af moeten leggen
  • Raadsonderzoeker die het rapport schrijft komt ook op de zitting het rapport toelichten

Tot die tijd zien wij geen positieve rol voor de Raad weggelegd met betrekking tot ouderverstoting. Door hun huidige werkwijze werken zij als pyromanen bij de brandweer. Zetten ze ouders tegen elkaar op, in plaats van de de-escaleren en worden kinderen opgeofferd aan het systeem simpelweg omdat een ego van een raadsonderzoeker gekwetst is. Vooral deze raadsonderzoekers, en dat zijn er velen, zijn deze  baan niet waard en daar zou tegen moeten worden opgetreden. Wij moeten er in ieder geval ook iets mee: dien klachten in, al is het maar om inzichtelijk te maken hoe slecht de Raad functioneert.

Raadsrapportages, waaronder aldus het raadsrapport d.d. 2 april 2010, ingevolge § 4.5. van het 26 oktober 2011 Kwaliteitskader zijn beperkt in hun waarde daar zij tijdsgebonden zijn. Raadsrapporten ouder dan één jaar kunnen in principe niet meer gebruikt worden in (gerechtelijke) procedures en dienen na voornoemde periode -vanwege hun beperkte geldigheidsduur -evenmin als uitgangspunt genomen te worden bij het opstellen van behandelplannen en dergelijke.

Immers, de informatie die BJZ middels het uitvoeren van de ondertoezichtstelling zelf verworven heeft, zoals opgenomen in het plan van aanpak, het indicatiebesluit en het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling bevat recentere informatie dan het raadsrapport.

http://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/KOM003.2014Kinderombudsmanadviesrapportvechtscheidingen1.pdf  2014

 

75% van de onderzoeken van de Raad voor de Kinderbescherming leidt tot een aanvraag OTS.

In de restgroep van 25% zit een deel dat wellicht voor de Maatregel Van Opvoedondersteuning in aanmerking komt.

De rechter besluit in 95% van de gevallen tot een maatregel. In de groep van 5% afwijzingen zit een groep die wellicht wel een MVO zou krijgen.

 

https://www.skipr.nl/actueel/id30211-kinderombudsman-krijgt-vooral-klachten-over-jeugdzorg.html

 

De Nationale Ombudsman

De Nationale Ombudsman kijkt niet of de klachtencommissie volgens het eigen reglement heeft gewerkt, maar behandelt de klacht helemaal opnieuw. “Verzoeker kan de Nationale ombudsman opnieuw om een onderzoek vragen als de klacht niet binnen de in titel 9:1 van de Abw genoemde termijnen wordt afgehandeld. Ook kan verzoeker om een onderzoek vragen als hij het niet eens is met de conclusies die u aan het onderzoek naar de klacht verbindt.

Verzoeker kan ook klagen over de wijze van klachtbehandeling.”

 

Klachtbehandeling door de Raad voor de Kinderbescherming:

Herstel van gemaakte fouten

Het voornaamste bezwaar tegen de klachtbehandeling door de Raad voor de Kinderbescherming is, dat ook een gegrond verklaarde klacht geen gevolg heeft voor de zaak van klager. Men is inmiddels maanden verder, de rechter heeft al een beslissing genomen op basis van een rapport waarover nu een gegrond verklaarde klacht bestaat: jammer dan. Dat klager de rechter op de feilen in het rapport zou kunnen wijzen is veelal een illusie: heel veel rechters gaan technocratisch te werk, verlaten zich blind op de rapportage van “de deskundigen”.

“Per 29 juni 1996 is een afzonderlijke algemene maatregel van bestuur (Stb. 1996, nr. 330, Besluit klachtbehandeling raad voor de kinderbescherming) in werking getreden voor de afhandeling van klachten over het werk door de medewerkers van de raad voor de kinderbescherming. Inhoudelijk gezien lijkt de nieuwe klachtenregeling veel op de oorspronkelijke klachtprocedure, zoals deze was opgenomen in het oude Organisatiebesluit raden voor de kinderbescherming. Het grote verschil is dat de huidige klachtprocedure in een zelfstandig besluit is geregeld en dat artikel 1:239 lid 5 BW een wettelijke basis geeft,” aldus de nota van toelichting.

Een klacht is uitsluitend mogelijk indien deze zich richt tot een gedraging van een medewerker van de raad voor de kinderbescherming, zoals deze gedraging is omschreven in artikel 1 Besluit. De staatssecretaris formuleert de gedraging aldus: “Het gaat om de bejegening (die zowel uit een handelen als uit een nalaten als ook uit het nemen van een beslissing kan bestaan) van de klager in persoon door een medewerker of door de ressortsdirecteur zelf.”

In de nota wordt duidelijk uiteen gezet dat een klacht zich slechts kan richten tot feitelijke beslissingen die plaatsvinden binnen de uitvoering van de taak van de raad voor de kinderbescherming. Expliciet wordt erbij vermeld dat in de klachtenprocedure niet kan worden geklaagd over de inhoud van een advies van de raad voor de kinderbescherming, aangezien dergelijke meningsverschillen uitsluitend door de rechter kunnen worden beslecht. Derhalve kan in een klachtenprocedure uitsluitend de wijze van totstandkoming van het advies aan de orde komen. Wel dient de rechter op de hoogte te worden gesteld van een klacht indien deze betrekking heeft op een verzoek of een advies dat de raad voor de kinderbescherming heeft ingediend (zie art. 2 lid 4 Besluit).

Vervolgens dient de directeur de klacht af te handelen binnen acht weken nadat de ontvangst van de klacht bij klager is bevestigd, aldus artikel 3 ld 4 Besluit.

De externe fase van de procedure vangt aan indien klager het niet eens is met de beslissing van de directeur en conform artikel 4 Besluit een klacht indient bij een van de vijf klachtencommissies. (B. van den Berg; Deskundigheid in het geding, een vergelijkend onderzoek naar de inbreng van deskundigheid bij de administratieve en civiele rechter; 1999, proefschrift, pag. 80/81)

“Het systeem” en de manier van doen bij de raad voor de kinderbescherming induceert klachtgedrag. Sommige directeuren herformuleren ingediende klachten. Dit lijkt op het eerste gezicht cliënt-vriendelijk (niet iedereen kan zijn gedachten goed op papier krijgen), maar KOG heeft meegemaakt dat een directeur klachten herformuleerde, schriftelijk ingediend door een voormalig universitair docent. Deze vader heeft daar op 6 augustus 2000 over geschreven: “Naar mijn mening is het psychologisch onjuist om dit als gewone manier van doen te handhaven, omdat je al herformulerend, de klacht van iemand “afpakt”. En daarnaast moet men zich als directeur ook nog afvragen waarmee men bezig is als elke klacht wordt geherformuleerd en opgesplitst in hapklare brokken die dan eenduidig aan een van de categorieën “gegrond”, “niet-gegrond” of “niet ontvankelijk” worden toegevoegd.”

 

Waarin schieten Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis (voorheen AMK), bureaus jeugdzorg enzovoort te kort in hun rapporten?

Nieuwsgierigheid, openmindedness en terughoudendheid. Dus doorvragen, de bereidheid hebben om naar tegengeluiden te luisteren, en niet te snel drastische maatregelen nemen.

 

Deze drie punten kunnen misschien helpen als u een rapport leest. Mensen hebben vaak het idee dat het niet klopt, maar zien niet direct wat er dan niet klopt. Er is soms niet doorgevraagd, niet verder gekeken dan de oppervlakte dus, men heeft last gehad van een kokervisie: alles wat niet in mijn straatje past hoor en zie ik niet, en op grond van het zo verkregen gebrekkige beeld van de werkelijkheid gaat er een verzoekschrift naar de rechter.

Schokkend om te weten:

Hierop sluit aan wat Theo van Willigenburg geschreven heeft in het artikel ‘It’s the system, stupid!!’ in het Liber amicorum voor Cees Maris bij zijn afscheid als hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam (17 mei 2013). “…In augustus 2012 kregen alle 2.500 Nederlandse rechters een onderzoek (Rechtstreeks no 2, Jeffry Rachlinski) opgestuurd, waarin een waslijst aan psychologische valkuilen wordt beschreven die een juiste oordeelsvorming bedreigen. Rechters blijken, net als ieder mens, gevoelig voor een confirmation bias – het sneller overtuigd raken door informatie die een al bestaand idee bevestigt. Informatie die dat bestaande idee ontkracht ‘zien’ ze veel slechter of ze interpreteren haar weg. Bij rechters wordt het beginoordeel meestal gevormd op basis van het door het OM samengestelde dossier. De kans dat de argumenten van de verdediging daarna onvoldoende op waarde geschat worden is dus levensgroot. … Zelfs het tijdstip waarop rechters beslissen heeft een onmiskenbare invloed op de uitkomst. Uit onderzoek blijkt dat onder rechters die routinezaken behandelen tegen het eind van de ochtend de kans op vrijspraak het kleinst is. Na de lunch zijn deze rechters daarentegen het makkelijkst (Economist 14 april 2012). … Reeds in 1983 onderzocht Peter Tetlock de hardnekkigheid van eerste indrukken (Tetlock, P.E., Accountability and the perseverence of first impressions. Social Psychology Quarterly 46, 285-2992, 1983). Hij presenteerde hetzelfde bewijsmateriaal aan twee groepen in verschillende volgorde: eerst het belastende bewijsmateriaal, gevolgd door het ontlastende bewijsmateriaal of eerst het ontlastende bewijsmateriaal en vervolgens het belastende materiaal. Het leidde tot een verschil in veroordeling van 28,5.” (Bron: Stichting KOG)

 

Waardoor gaat er toch zoveel mis?

1) De houding van bijvoorbeeld de Raad: wij redden kinderen en laten ons daar niet van weerhouden door juristerij.

Je hebt tenslotte je eigen verantwoordelijkheid. In Den Haag weet men niet zo goed wat er allemaal speelt in gezinnen. Desnoods liegen wij voor dit goede doel, ook tegen de rechter. (Door deze houding is het ook niet heel belangrijk of de wet wordt aangepast: men houdtzich immers niet aan de wet.)

 

2) Enerzijds dus te weinig vertrouwen van Jeugdzorg en RvdK in anderen, in de wetgever en ook in de rechter: dik maar aan wat je mening ondersteunt en laat maar weg wat die mening niet ondersteunt, ga maar alvast op de stoel van de rechter zitten; anderzijds te veel vertrouwen, namelijk van de rechter in de rapporten van jeugdzorg en

RvdK: dat zijn de feiten. Als anderen, met name ouders, iets anders beweren, zitten zij ernaast. Rechters doen soms dus niet wat zij moeten doen: feiten onderzoeken en recht spreken.

 

Deze twee punten maken dat het heel moeilijk zal zijn de Raad en haar ketenpartners te verbeteren: hoe verbeter je een mentaliteit?

 

Al in 2010 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan i.v.m. niet-nakoming omgangsregeling

http://jure.nl/bm4301

LJN BM4301, Hoge Raad, 09/03415

Datum uitspraak: 09-07-2010

Datum publicatie: 09-07-2010

Rechtsgebied: Personen-en familierecht

Soort procedure: Cassatie

Zaaknummers: 09/03415

Inhoudsindicatie:

Personen- en familierecht. Omgangsrecht; niet-nakoming omgangsregeling vormt in het onderhavige geval grond voor een gezagswijziging op de voet van art. 1:251a BW; voor een dergelijke gezagswijziging is echter slechts plaats indien hetzij (het onaanvaardbare risico bestaat dat) het kind als gevolg van die niet-nakoming klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, hetzij die gezagswijziging anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is; beslissing dat een zodanige gezagswijziging noodzakelijk is dient, vanwege het ingrijpende karakter daarvan, aan hoge motiveringseisen te voldoen.

 

 

Reageren is niet mogelijk