Tips: OVS en de politie

Politie:

Ouderverstoting gerelateerd zijn er een aantal strafbare zaken waarbij jij aangifte kunt doen bij de politie.

Er zijn ook gebeurtenissen waarbij jij denkt dat jij aangifte kunt doen, maar die beslist sowieso in het ronde archief belanden. Waarbij jij jouw moeite kunt besparen en beter kunt investeren in zaken die wel effect sorteren.

Het kan ook zijn dat er aangifte is gedaan tegen jou, waartegen jij je zult moeten verweren.

Er is ook nog een tussenstap; de melding. Denk daar niet te licht over want zo’n melding kan tegen jou keren, als jij zo’n melding niet hoog opneemt. Waar rook is vuur……

 

Hoe doe ik aangifte:

Elk bureau in Nederland is verplicht een aangifte op te nemen. Laat je niet wegsturen. Aangifte van een strafbaar feit moet gedaan worden als het feit waarvan aangifte wordt gedaan in het wetboek van strafrecht strafbaar is gesteld. Het moet aan de voorwaarden die in het artikel staan voldoen als het strafbaar is.

Bel met jouw politie voor een persoonlijke afspraak om een aangifte te doen. Doe deze aangifte NIET digitaal. Zorg ervoor dat je geen (digitaal) nummer bent, maar iemand van vlees en bloed. Bekijk het wetsartikel thuis vast en kijk wat er nodig voor is om het artikel van toepassing te laten zijn!

Wij adviseren dat jij jouw aangifte thuis schriftelijk uitwerkt en die dus mee neemt. Ga daar nou niet naar toe om te spuien en uit de losse pols een verhaal ophangen. Die agent moet het namelijk allemaal noteren en zeker weten dat het uitschrijven van zo’n aangifte geen recht zal doen aan hetgeen jij wilt aangeven.

LET OP: geef bij elke aangifte helder aan dat jij verzoekt tot vervolging!

Tip ouder: Als de politie je aangifte niet wil opnemen, schrijve men een ‘ouderwetsche’ brief aan de hoofdofficier van justitie in jouw arrondissement. Daarin maak je bezwaar tegen het niet opnemen van je aangifte. Vergeet niet datum, tijd, welk politiebureau en het liefst een stamnummer erbij van de betrokken agent(en). (Stamnummer wordt gebruikt om agenten te kunnen identificeren, zonder dat zij naam en toenaam hoeven geven. Let op: agenten vinden het NÍET leuk als je om dat nummer vraagt, maar men is verplicht het af te geven als je erom vraagt)
Vervolgens zal de officier van justitie je aangifte opnemen, of hij vaardigt een bevel uit dat de politie verplicht je aangifte op te nemen. Dit kun je prima zelf doen, daar heb je géén advocaat voor nodig. Zorg wel dat je alles zorgvuldig bewaart (papieren, bewijsstukken enz) en maak kopieën van de brieven enz die je stuurt. (Mocht men niet op tijd reageren, kun je een klacht indienen en je originele brief bijvoegen)
Dit werkt GEGARANDEERD! Eigen ervaring

Op basis waarvan kan jij aangifte doen:

Smaad en laster/ belediging;

Stel je leest in rapporten beweringen terug die jou onderuit halen. Zoals beschuldigingen van (seksueel) misbruik, dan zal je daar iets van moeten vinden!

Hoor jij van mensen dat jouw ex (of diens familie) verhalen over jou vertelt, die zeer schadelijk zijn, dan MOET je daar iets van vinden

Want als je dat niet doet en jij denkt dat het wel weer over zal waaien, dan kom jij bedrogen uit. Jouw ex zal namelijk doorgaan met deze verhaaltjes als jij daar niet meteen iets van gaat vinden, dan zullen de instanties, de professionals zeer zeker zeggen dat het wel ‘waar’ zal zijn. Immers, als het niet waar zou zijn, dan had jij er destijds wel wat meer van gevonden.

Weet dat als jij er niets van vindt, de valse beweringen net zo goed weer de kop op kunnen steken. Zit jij in het zoveelste trajectje, is er het zoveelste onderzoek, komt jouw ex met weer diezelfde beschuldigingen en kan jij roepen wat je wilt, als het echt niet waar is, had jij het destijds de kop in gedrukt.

Maar dus kopieën van foute beweringen, vraag mensen die jou iets vertellen hun verhaal op schrift te zetten en ga naar de politie met een uitgewerkte aangifte, waarbij jij dus verzoekt tot vervolging.

Dus:

Smaad is het zwartmaken van een ander door deze in het openbaar van feiten te beschuldigen waaraan hij of zij zich schuldig zou hebben gemaakt, zonder dat wordt gehandeld uit noodzakelijke verdediging of dat te goeder trouw kon worden aangenomen dat deze feiten waar zijn en dat het algemeen belang vereiste dat de feiten naar buiten werden gebracht. Het doel is het ruïneren van de reputatie van het slachtoffer.

Anders dan bij laster gaat het bij smaad niet per se om beschuldigingen die onwaar zijn. Vaak worden de beschuldigingen zo veel mogelijk opgeblazen om het slachtoffer zo veel mogelijk aan de schandpaal te nagelen. Het hoeven niet per se strafbare feiten te zijn waarvan het slachtoffer wordt beschuldigd; overspel of afwijkende seksuele voorkeuren kunnen zich ook lenen voor smaad.

De motieven verschillen, maar kunnen vaak gezocht worden in wraak, of frustratie na het beëindigen van een relatie. Ook kan smaad het ten uitvoer leggen zijn van het dreigement dat geuit is bij chantage, als het slachtoffer niet mee wenst te werken.

Smaadschrift is smaad door het publiceren van tekst of afbeeldingen. De maximale straf is in dit geval beduidend hoger.

Art 261 Wetboek strafrecht:

  1. Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie
  2. Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift , gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
  3. Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.

http://www.wetboek-online.nl/wet/Sr/268.html

1

Hij die opzettelijk tegen een bepaald persoon bij de overheid een valse klacht of aangifte schriftelijk inlevert of in schrift doet brengen, waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangerand, wordt, als schuldig aan lasterlijke aanklacht, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

2

Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1° en 2°, vermelde rechten kan worden uitgesproken.

 

 

Art 273 Wetboek Strafrecht BES

  1. Hij die opzettelijk iemands eer of goeden naam aanrandt door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de eerste categorie.
  2. Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk ten toon gesteld of aangeslagen, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de eerste categorie.
  3. Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader klaarblijkelijk heeft gehandeld in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging.

 

Verweren tegen smaad en smaadschrift

Niet iedere gedane uitlating kan juridisch worden gekwalificeerd als smaad of smaadschrift. Het is belangrijk dat u zich niet te snel neerlegt bij de beschuldiging dat u zich schuldig hebt gemaakt aan smaad of smaadschrift. Sowieso is voor een bewezenverklaring van smaad of smaadschrift vereist dat de verdachte het opzet had om de ander in zijn eer en goede naam aan te tasten. Dat opzet is niet altijd aanwezig.

Lid 3 van artikel 261 Sr bepaalt verder nog dat iemand niet wegens smaad of smaadschrift veroordeeld kan worden wanneer deze heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de uitlatingen waar zijn. In dat laatste geval is bovendien vereist dat het algemeen belang eist dat de uitlatingen gedaan moesten worden. Dat is een zware eis, waar niet zomaar aan voldaan is.

ONLINE: belangrijk; wat wel of niet digitaal ?!

Iemand zet een negatief bericht over u op facebook, twitter, een forum of een eigen website. Door het online zetten van dit bericht wordt een persoon of een organisatie in een negatief daglicht gesteld op Internet. Dit kan gevolgen hebben voor het online imago van een persoon. Toekomstige werkgevers, klanten, partners of vrienden kijken namelijk steeds vaker Google wat voor vlees ze in de kuip hebben. Hoe langer de berichten op het internet staan hoe meer mensen het kunnen lezen en hoe grote de kans is dat er kopieën worden gemaakt. U wilt het bericht dus zo snel mogelijk verwijderen.

De volgende gevallen kunnen gronden zijn om een bericht te verwijderen: Online belediging (art. 265 Sr.) Belediging is een krenkende uiting waardoor de eer of goede naam van een persoon of organisatie wordt aangetast. Het maakt daarbij niet uit of het bericht waar is. Bijvoorbeeld: Jan is een fascist! kan als beledigend worden gezien ook al heeft Jan daadwerkelijk fascistische denkbeelden. Ook een persoonlijke e-mail kan als belediging worden gezien. Als het een openbaar bericht is telt dat uiteraard als een zwaarder vergrijp. Belediging is strafbaar ingevolge artikel 265 Sr. e.v. Daarmee is belediging onrechtmatig en kan het civielrechtelijk worden aangepakt.

Online smaad (art. 261 Sr.) Smaad is het doen van een bewering over iemand waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangetast. Ook hier is het niet relevant of de bewering waar is of niet. Een verweer tegen smaad is dat het algemeen belang met de bewering gediend is. Bijvoorbeeld: Jan is een fascist! is smaad maar als Jan lid is van een anti-fascistische organisatie is het algemeen belang erbij gediend dit te weten. Ook als het bericht niet smadelijk is kan het als belediging worden gezien. Net zoals belediging kan smaad ook in een privé gesprek worden gedaan. Als het verspreidt wordt dan is het een smaadschrift (bijvoorbeeld via Twitter of facebook). Smaad is strafbaar volgens artikel 261 Sr. Daarmee is smaad onrechtmatig en kan het civielrechtelijk worden aangepakt. Ook het dreigen met smaad is strafbaar.

Online laster (art. 262 Sr.) Laster is het doen van een smadelijke bewering over iemand waarvan men weet, of had moeten weten, dat deze bewering niet waar is. bijvoorbeeld: Jan is een fascist! is lasterlijk als je deze uiting doet zonder enige reden om aan te nemen dat Jan daadwerkelijk fascistische denkbeelden heeft. Laster is strafbaar volgens artikel 262 Sr. Daarmee is laster onrechtmatig en kan het civielrechtelijk worden aangepakt. Zoals hierboven al duidelijk werd kan een uiting, afhankelijk van de omstandigheden, dus lasterlijk, smadelijk of beledigend zijn.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van gronden waarop een bericht verwijderd kan worden. In veel gevallen is er daarnaast sprake van een combinatie van gronden. Het publiceren van een persoonlijke brief is bijvoorbeeld zowel inbreuk op het auteursrecht als een inbreuk op de privacy van de verzender.

En vrijheid van meningsuiting dan? Belediging, laster en smaad zijn zogenoemde uitingsdelicten. Ze beperken de vrijheid van meningsuiting; het is toegestaan om je mening te uiten, dit recht mag alleen niet misbruikt worden ten koste van een ander. Een rechter zal daarom altijd een afweging moeten maken tussen het recht van de een om zich te uiten en het recht van de ander op zijn eer en goede naam. Indien de rechter van mening is dat een uiting onrechtmatig is kan een verbod worden opgelegd, een rectificatie geëist worden of een schadevergoeding opgelegd worden. Op deze pagina vindt u meer informatie over de vrijheid van meningsuiting en smaad en laster. – See more at: http://lexx-it.nl/lexxit-knowledge/ongewenste-berichten-online-laster-belediging-smaad-intellectueel-eigendom/#sthash.Dg1uakMH.dpuf

Vrijheid van meningsuiting & Smaad en laster. Publicaties en uitingen op internet vallen over het algemeen onder het recht op vrijheid van meningsuiting. Het verbieden van een publicatie is een beperking op het recht van vrijheid van meningsuiting. Omdat de vrijheid van meningsuiting gezien wordt als een grondrecht is zo’n beperking slechts beperkt mogelijk. Bij het verwijderen van smaad en laster op het internet speelt het recht op vrijheid van meningsuiting dan ook een grote rol.

Het recht op vrijheid van meningsuiting. Het recht op vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet. Ook het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) erkent de vrijheid van meningsuiting in artikel 10. Omdat smaad en laster via internet al snel een internationaal karakter krijgt en het EVRM een meer internationale reikwijdte heeft zal in dit artikel worden uitgegaan van het EVRM. Begrenzing van de vrijheid van meningsuiting.

Dat iedereen die zich in Europa bevindt recht op vrijheid van meningsuiting heeft wil niet zeggen dat dit recht onbegrensd is. Ingevolge artikel 10 lid 2 EVRM kan de vrijheid van meningsuiting bij Wet beperkt worden. Deze beperking mag, ingevolge artikel 10 lid 2 EVRM, niet verder gaan dan strikt noodzakelijk. Om te oordelen of de beperking niet te ver gaat zal een rechter daarom altijd een belangenafweging maken.

Hieronder worden drie van deze wettelijke beperkingen besproken.

  1. Vrijheid van meningsuiting beperkt in het strafrecht. Smaad, laster en belediging etc art. 261 Sr. Een van de beperkingen van de vrijheid van meningsuiting vindt men in het strafrecht. In het Wetboek van strafrecht zijn diverse uitingsdelicten strafbaar gesteld. Voorbeelden daarvan zijn haat zaaien, smaad en laster, belediging en bedreiging. Door deze strafbaarstelling poogt de Wetgever burgers en bedrijven te beschermen tegen onzorgvuldige uitingen en beschuldigingen. Als iemand zich schuldig maakt aan 1 van deze delicten overtreedt diegene de grenzen van zijn vrijheid van meningsuiting. Mocht u slachtoffer zijn van smaad en laster dan kunt u hiervan aangifte doen bij de politie. De politie zal vervolgens onderzoek verrichten naar de mogelijkheid om de dader te vervolgen. Op deze pagina staat meer informatie over smaad en laster in de strafrechtelijke zin.
  2. Vrijheid van meningsuiting beperkt in het civiele recht. Onrechtmatige uitingen. Art. 6:162 BW. In het civiele recht kan een beperking van de vrijheid van meningsuiting gevonden worden in de onrechtmatige daad. Een onrechtmatige daad is vastgelegd in artikel 6:162 BW. Of een uiting onrechtmatig is hangt volgens jurisprudentie, af van de omstandigheden van het geval. Dit betekent dat er door de rechter per geval wordt gekeken of het bericht onrechtmatig is. De volgende aspecten spelen daarbij, onder andere, een rol. Hoe en door wie zijn de beweringen gepresenteerd. Iemand beschuldigen van een ernstig misdrijf als bijvoorbeeld pedofilie is erger dan een suggestie dat iemand mogelijk een biertje teveel drinkt. Vooral de ernst van de beschuldiging en de stelligheid waarmee deze wordt gepresenteerd is hier van belang. Ook relevant is wie de uitingen presenteert. Een artikel in een gerenommeerd dagblad zal bijvoorbeeld aan hogere eisen moeten voldoen dan een Tweet van een student. In hoeverre zijn de beschuldiging gebaseerd op de feiten. Let op, het is niet relevant of de beschuldiging daadwerkelijk waar is. Wel van belang is of de uiting voldoende basis in de feiten had om te kunnen concluderen dat deze beschuldigingen waar zijn. Dit betekent dat een redelijk denkend mens op basis van de beschikbare feiten overtuigd zou moeten zijn. Ook hier geldt dat hoe zwaarder de beschuldiging is en hoe stelliger deze gebracht wordt hoe meer feiten er voorhanden moeten zijn. Wat is het maatschappelijk belang bij de uiting. Als er met een uiting een maatschappelijk belang gediend is zal deze uiting eerder rechtmatig zijn. Het belang van degene over wie de uiting gaat wijkt in dat geval voor het algemeen belang. Een voorbeeld van een algemeen belang kan het aankaarten van een misstand zijn. Wat zijn de gevolgen van de uiting voor het ‘slachtoffer’. Op het moment dat het ‘slachtoffer’ van een uiting buitensporige schade ondervindt kan een rechter oordelen dat de schade niet in verhouding staat tot het belang van de vrijheid van meningsuiting.
  3. Vrijheid van meningsuiting en inbreuk op andere rechten (privacy). Het recht van vrijheid van meningsuiting kan botsen met andere rechten. Een belangrijk voorbeeld is het recht op privacy. Het recht op Privacy is vastgelegd in art. 8 EVRM. Het omvat onder andere het recht op bescherming van eer en goede naam, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer maar ook het recht om met rust gelaten te worden. Smaad of Laster botst bijvoorbeeld met het recht op eer en goede naam van een ander. Artikel 8 lid 2 EVRM geeft vervolgens aan dat privacy alleen op basis van een wettelijke grondslag geschonden mag worden. Conflict tussen grondrechten. Op het moment dat deze twee grondrechten botsen zal het in standhouden van de één automatisch leiden op inbreuk op de ander. Als bijvoorbeeld smaad of laster verboden wordt omdat hierdoor de privacy van de een in het geding komt. Dan houdt dat automatisch in dat hiermee het recht op vrijheid van meningsuiting van de ander wordt ingeperkt. Welk grondrecht weegt in dat geval zwaarder? De Hoge Raad heeft bepaald dat beide rechten even zwaar wegen en dat per geval moet worden bepaald welk recht zwaarder weegt. Daarbij spelen over het algemeen dezelfde standpunten een rol als hierboven omschreven. Organisaties hebben ook mensenrechten. Het klinkt wellicht vreemd maar ook organisaties kunnen tot op zekere hoogte aanspraak maken op mensenrechten en het EVRM. Omdat organisaties duidelijk geen mensen zijn wordt dan ook over grondrechten gesproken. Dit is wenselijk omdat organisaties anders niet kunnen functioneren in de maatschappij. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft bepaald dat organisaties, onder omstandigheden, zowel op artikel 8 (privacy) als op artikel 10 (vrijheid van meningsuiting aanspraak kunnen maken. – See more at: http://lexx-it.nl/lexxit-knowledge/vrijheid-van-meningsuiting-vs-smaad-en-laster/#sthash.2jkQM8Iv.dpuf

 

GOUDEN TIP: als jij online gaat vertellen wat er in jouw leven gebeurt, doe dat dan niet met naam en toenaam. Hebt het over jouw ex, de moeder of vader van mijn kind, diens familie. Schrijf over jouw ‘zoon’ of ‘dochter’, en haal dus niet specifiek de namen aan.

Maar schrijf er wel over! Hoe meer jij naar buiten treedt, hoe meer mensen bekend zijn met jouw situatie, hoe eerder jouw ex en diens familie erop aangekeken zullen worden.

Laat je wat dat betreft al helemaal niet intimideren door de instanties, jij kan er immers niet over schrijven, vertellen, als er niets aan de hand zou zijn en met zwijgen houdt jij de situatie in stand.

 

Foto’s van jouw kinderen op facebook? Dit is een civiele kwestie. Er zijn rechters die het jou dus kunnen verbieden met een dwangsom, iets met privacy en zo. Prima, maar heb dan wel tegenwoordigheid van geest; beide ouders zullen zich daarvan dan moeten onthouden en diens familie! Eens kijken of jouw ex dan nog vooraan staat. Stel dan ook die tegen eis voor, want wij kennen te veel situaties waarbij 1 ouder de kinderen mag etaleren (kijk eens hoe leuk, hoe fijn, hoe gezellig, hoe….) en de andere ouder dus niets kan/mag. Absurd.

 

 

 

Art.285b.SR Stalking(= belaging volgens wet)

 

  • Als u zo hinderlijk wordt lastiggevallen dat het gevolgen krijgt voor uw functioneren. Of als het om strafbare feiten gaat, zoals mishandeling, bedreiging, huisvredebreuk, vernielingen, hinderlijk tegen uw wil blijven volgen/opdringen, hinderlijk ophouden op de openbare weg, u de weg versperren of u klemrijden met een voertuig.

 

Wetboek van Strafrecht geeft aan:

Artikel 285b

 

1

Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.

 

2

Vervolging vindt niet plaats dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is begaan.

 

 

Wat zijn voorbeelden van stalking?

Stalking is vaak het gevolg van een beëindigde relatie, waarbij een van de partijen zich niet bij de beëindiging neerlegt en contact blijft zoeken met de ander. Dit kan zich op verschillende manieren uiten, zoals:

  • aanhoudend ongewenste brieven e-mails, telefoontjes en sms’jes krijgen;
  • gedreigd of bedreigd worden met geweld;
  • opgewacht, bespied of achtervolgd worden;
  • er worden leugens of roddels over u of uw familie verspreid;
  • eigendommen worden vernield of beschadigd;
  • iemand doet bestellingen uit uw naam.

(bron: https://www.politie.nl/themas/stalking.html)

 

 

Art. 188 SR De valse aangifte:

 

Het doen van valse aangifte: artikel 188 Wetboek van Strafrecht

Als iemand slachtoffer is geworden van een strafbaar feit, dan kan hij daarvan aangifte doen. Het doen van valse aangifte is strafbaar gesteld bij wet. Als tijdens een onderzoek blijkt dat een persoon valse aangifte heeft gedaan, dan wordt vervolging tegen de aangever ingesteld. Bij valse aangifte gaat het om feiten of gegevens in de aangifte die opzettelijk onjuist zijn, of als er aangifte wordt gedaan van een strafbaar feit, dat helemaal niet heeft plaatsgevonden. De door de politie gemaakte kosten worden op de persoon die valse aangifte heeft gedaan verhaald.

Het doen van valse aangifte is strafbaar gesteld in artikel 188 Wetboek van Strafrecht (WvS). Dit artikel luidt aldus:

  • Hij die aangifte of klacht doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

‘Wetende dat’ strekt zich uit tot het onware van een door aangever gedane bewerking. Een gedeeltelijk onjuiste aangifte valt ook onder dit wetsartikel, bijvoorbeeld onjuiste informatie over de identiteit van de dader of het plaats delict.

Het beschermd belang van dit wetsartikel is dat het ambtelijk of justitieel gezag wordt beschermd.

Gevangenisstraf varieert van maximaal een jaar of een geldboete van de derde categorie, dat wil zeggen € 4.500 bij natuurlijke personen of € 1.1250 bij rechtspersonen. Een combinatie van beide hoofdstraffen is mogelijk voor een natuurlijk persoon. Als bijkomende straf kan verbeurdverklaring worden uitgesproken over geldmiddelen of goederen (art. 33 WvS). Ingevolge art. 74 Wetboek van Strafrecht kan het Openbaar Ministerie (OM) een transactie aanbieden. Dit heet Transactie Openbaar Ministerie (TOM). Hiermee kan strafvervolging worden voorkomen.

 

Ligt er een aangifte wegens (seksueel) misbruik/mishandeling tegen jou, dan heb jij geen keuze. Je zult hier iets van moeten vinden. Dit waait niet over. Als jij zeker weet dat jij onschuldig bent, laat die aangifte dan niet liggen, zoals de politie doet, maar eis dat hierop gerechercheerd wordt.

Met name ouders van kleine kinderen zijn hier de dupe van. Het is bijna een standaard gegeven en wij raden ouders aan om maatregelen te nemen zoals elke overdracht, elk contact moment te filmen.

Liefst zien wij het gebeuren dat de politie de aangever erop wijst elke aangifte hoog op te nemen en derhalve deze aangifte zal uitzoeken. Dat de rode loper echter zal worden uitgerold voor de beschuldigde partij als de politie niet met zekerheid kan concluderen dat het vergrijp ook echt heeft plaats gevonden. Zeker bij echtscheidingen zou de politie de aangever een dag bedenktijd moeten geven of hij/zij de aangifte werkelijk wilt doorzetten, daar onderzoek dus niet alleen tijd vraagt en dus kosten met zich mee brengt, maar dat de consequenties er net zo goed kunnen zijn voor de aangever. In de praktijk weten wij dat diverse agenten zo handelen, wat heel veel leed voorkomt.

Liefst zien wij dat de politie een melding doet bij Veilig Thuis, ook als dus de aangifte vals blijkt te zijn. Een melding dus tegen de aangever, die op deze wijze het kind onnodig heeft belast. Kinderen die onderzocht worden, waar niets wordt aangetroffen, maar waarvan een arts ook weer niets kan uitsluiten, dit zou zo niet mogen en is pure kindermishandeling.

 

Bij aangifte inzake valse aangifte zal de verdachte partij dus moeten aantonen dat de valse aangifte niet vals is. Deze kan dat meestal niet. Er zal wel onderzoek gedaan moeten worden!

 

https://annemarievanmackelenbergh.wordpress.com/2017/07/07/waar-rook-is-is-vuur-nee-waar-rook-is-is-wanhoopverdrietmachteloosheid/

 

LET OP: stel; er ligt een aangifte tegen jou, die wordt geseponeerd. Pas dan op dat het niet wordt geseponeerd wegens gebrek aan bewijs!

Dus ook bij een geseponeerde valse aangifte moet je aangifte doen van een valse aangifte en/of smaad en laster. In een valse aangifte staan doorgaans vele punten die onder smaad en laster vallen.Jouw ex zal immers doorgaan met de beschuldigingen bij de instanties en deze instanties zullen in de rapportage bij elke beschuldiging zetten dat deze beschuldiging is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs! Met andere woorden; waar rook is, is vuur. In deze heb jij geen keuze. Ben jij onschuldig, dan wil jij dat dit ook als zodanig wordt vermeld. Dien dus klachten in bij de politie, maak werk van dus de aangiften smaad/laster/belediging en of verrichten van een valse aangifte. Geef helder aan dat dit een kwestie is die jij hoog opneemt en desnoods een artikel 12 procedure zal opstarten, als de politie jou ex in deze niet wil vervolgen.

 

Negeer in deze de kwalijke rol van Jeugdzorg, die jou oplegt dat jij geen aangiften mag doen zo lang er trajecten lopen. Weet dat ze na een paar jaar dit zullen zeggen: Ach, als het werkelijk niet zo is gegaan, dan had je toch wel ons ‘advies’ in de wind geslagen……

 

Art 300-304SR: kindermishandeling.

Voorop gesteld; ouderverstoting wordt landelijk (en wereldwijd) gezien als een ernstige vorm van (geestelijke) kindermishandeling.

Als jij dan ook nog eens getuige bent van andere vormen van mishandeling zoals slaan, scènes veroorzaken bij de overdracht, verwaarlozing dan zal jij daar iets van moeten vinden.

We raden je aan hier heel overwogen mee om te gaan omdat onherroepelijk de diverse instanties zich hiermee gaan bemoeien. Dat hoeft lang niet altijd jouw kind ten goede komen.

Heel veel professionals hebben er nog moeite mee om zich te realiseren dat ook moeders kunnen mishandelen. Heel veel instanties houden de mishandelende ouder de hand boven het hoofd en diskwalificeren de ouder die opkomt voor zijn/haar kind. Familiedrama’s ten over.

Dagelijks worden we overspoeld met spotjes ; zelfs bij een vermoeden moeten we bellen. Het houdt niet op, niet van zelf.

Dan is het wel erg apart dat als jij flagrante mishandeling ziet, dat jij daar niets van zou mogen vinden of dat politierapporten worden genegeerd door de Raad en/of Jeugdzorg.

Als jouw kind wordt mishandelt, dan heb je geen keuze, dan heb jij jouw kind veilig te stellen en ja, dan zal jij met de instanties aan de slag moeten. Zorg voor bewijs, film alles, maak opnames.

Kom niet na jaren aanzetten met beweringen, ook al zijn ze waar. Het keert tegen jou; waarom niet eerder gemeld?! Heb je dus al die jaren weggekeken?!

De inzet van het strafrecht bij kindermishandeling

Dit onderzoek gaat over de aantallen aangiften kindermishandeling en de vervolging en de berechting in het strafproces van deze aangiften. Er is ook gekeken naar of en hoe vaak het strafverzwarende artikel 304 Sr bij deze zaken ten laste is gelegd. Het onderzoek biedt feitelijke informatie over het gebruik van de strafrechtelijke route bij kindermishandeling, zoals is aangekondigd in het Actieplan aanpak kindermishandeling.

Kinderen als getuige

Hoofdstuk 4 is expliciet gewijd aan Kinderen als getuige van partnergeweld. Voor dit onderwerp zijn 609 processen in elf politieregio’s ingezien. Bij 170 processen was(daarbij ook sprake van een aangifte Van deze 170 aangiften waren er 144 ingestuurd (= 85%) naar het Openbaar Ministerie.
Het aantal aangiften van partnergeweld waarbij de kinderen getuige waren wordt geschat op (gemiddeld) 277 per jaar

Tenlastelegging

In deze zaken legde het Openbaar Ministerie primair en subsidiair het volgende, onderverdeeld naar artikelnummers van het Wetboek van Strafrecht, ten laste:
− 72% van de tenlasteleggingen bevat artikelnummers 300-304 Sr, waarbij zware mishandeling (artikel 302 lid 1 Sr) in 16 procent van de gevallen voorkomt;
− 26% van alle tenlasteleggingen bevat artikel 285
− 2% van alle tenlasteleggingen bevat andere artikelnummers waaronder 242 Sr (verkrachting) en 289 Sr (doodslag).

Sepot, vrijspraak, veroordeling

Van alle ingestuurde dossiers naar het OM kiest het OM bij 26 % van de zaken waarin kinderen getuige waren van partnergeweld voor een voorwaardelijke of onvoorwaardelijk sepot of transactie.
In de overige 74% van de zaken wordt de verdacht gedagvaard en vindt vervolging plaats.
Op het totaal van alle vervolgingen en onherroepelijk vonnissen vindt bij 20% van de zaken vrijspraak plaats op alle ten laste gelegde feiten.
In 8%van de strafzaken wordt de verdachte veroordeeld op minimaal één van de ten laste gelegde feiten.

In de onderzochte vonnissen van partnergeweld wordt bij 34% van alle veroordelingen gekozen voor een werkstraf voor de pleger. De combinatie van een voorwaardelijke gevangenisstra en een werkstraf komt bij 24% van de veroordelingen voor. In totaal is bij 32% van de veroordelingen sprake van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De straf varieert van twee weken tot 24 maanden. Het vaakst wordt de pleger veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.

Toepassing artikel 304 Sr

Wordt er in de praktijk gebruik gemaakt van artikel 304 Sr (verhoging van de straf indien misdrijf is gepleegd tegen ouders, partner, kinderen) wanneer kinderen getuige zijn van partnergeweld?
Alle geïnterviewde officieren van justitie wijzen erop dat het feit dat kinderen getuige zijn geweest van dit geweld geen grond kan zijn voor de toepassing van artikel 304 Sr.
Wel kan artikel 304 Sr gebruikt worden vanwege de relatie tussen de partners. Uit het onderzoek bleek dar artikel 304 Sr in een kwart (23%) van alle zaken gehanteerd wordt in die situaties van partnergeweld waarin kinderen aantoonbaar getuige waren van dit geweld.
Er wordt dus niet systematisch gebruik gemaaktvan artikel 304 Sr in die situaties waarin dat mogelijk is.
De geïnterviewde officieren van justitie geven aan dat zowel zij als de rechters alert zijn op de mogelijke aanwezigheid van kinderen in het gezin. Als kinderen getuige zijn van partnergeweld zeggen zij dit mee te nemen als strafverzwarende omstandigheid.
In de vier geanalyseerde vonnissen gepubliceerd op Rechtspraak.nl is bij twee zaken 304 Sr ten laste gelegd en bij de twee andere zaken niet. In alle vier de vonnissen besteedt de rechter aandacht aande aanwezigheid van de kinderen tijdens het plaatsvinden van het partnergeweld. Of het toepasvan artikel 304 Sr dan dan wel rekening houden ,et het feit dat kinderen getuige waren van het partnergeweld ook daadwerkelijk leidt tot een mogelijke verhoging van de straf is in de data of de uitspraken niet te achterhalen.

 

 

Het vervolg; maak je geen zorgen, jouw ex gaat echt niet de gevangenis in…..

 

Jij doet aangifte. Het gros wordt door de politie-teamleider (die tevens hulp-officier van justitie is) in het ronde archief gemikt. Daar krijg je, als het goed is, bericht over. Accepteer dat niet en schrijf dus die teamleider aan met de oproep als nog te vervolgen. 10 tegen 1 dat je als nog het bericht krijgt dat de aangifte geseponeerd is. Dan rest jou niets anders dan een artikel 12 procedure. Dit kan zonder advocaat! Het is dus van groot belang dat jij helder bij de aangifte uitlegt waarom het zo belangrijk is dat jouw ex een tik op de vingers krijgt. En een tikje is het, niet meer, maar kan wel hoogst effectief zijn.

Want beslist de politie, in over leg met het Openbaar Ministerie toch vervolg te geven op de aangifte dan krijgt jouw ex in 90% van alle gevallen een uitnodiging om naar een TOM zitting te komen.

TOM staat voor Transactie Openbaar Ministerie. Wat houdt dit in de praktijk in? Dat de beschuldigde zich moet melden bij een parket secretaris die zegt dat dit gedrag zo niet meer kan en zelfs een sanctie kan opleggen als de beschuldigde doorgaat met de vergrijpen. Zo kan jouw ex het zwijgen opgelegd worden. Bij elke komende valse beschuldiging een boete van ….

 

Let op; dit is strafrecht. Ook in civiel recht = familierecht kan een rechter heel veel betekenen. Blijft een ouder een andere ouder openlijk valselijk beschuldigen kan de rechter dat afstraffen door bijvoorbeeld het gezag bij die ouder weg te halen, het woord ‘ouderverstoting’ nou eens te gebruiken daar dit 1 van de grote signalen is en desnoods over te gaan in wijziging hoofdverblijf plaats. Zouden rechters dit gaan doen, dan zal dit een hoop leed gaan besparen.

 

TOM zitting:

Wij ervaren iets raars. Hoe apart is het dat de rode loper voor jouw ex ligt uitgerold bij de politie en de familierechtbank en jij enkel wordt afgeserveerd? Benoem dat eens. Kijk, jouw ex doet aangifte tegen jou. Bijvoorbeeld dat jij op facebook iets hebt beweert dat de reputatie van jouw ex kan schaden.

Dan wordt jij als verdachte aangemerkt en moet je naar het politiebureau komen om te verklaren. 10 tegen 1 dat jij vervolgens een oproep krijgt om naar een TOM zitting te komen. Doe dat dus niet. Als de politie dit werkelijk zo hoog opneemt, dan ga je niet in gesprek met een parket secretaris, die dus met jou een transactie aangaat, waarbij jij dus toegeeft schuldig te zijn, maar dan laat jij het erop aankomen; jij laat het voorkomen bij de politierechter. Daar is het hoor/wederhoor. Kan je zelfs getuigen meenemen en publiek in de zaal. Daar kan jij zelf jouw zaak bepleiten en in de praktijk liggen de ‘straffen’ hier aanzienlijk lager dan dat jij vermanend wordt toegesproken door zo’n parket secretaris. Zie het verschil dus. Bij die parket secretaris ben jij bij voorbaat schuldig bevonden en ga jij een transactie aan, bij de politie rechter kan jij jouw verhaal/nuance kwijt en zou het zo maar kunnen dat jij dit achter je kunt laten zonder enige consequenties.

 

LET WEL OP: Besef dat als jij er derden erbij haalt, zo de kinderen onherroepelijk gaat belasten. Meldingen van mishandeling gaan naar Veilig Thuis en de ketenpartners. Doe is 1e instantie alles wat in jouw macht ligt om anders in contact te komen/blijven met de kinderen. En aangifte in het belang van de kinderen. Dan nog is deze weg niet een garantie voor succes.

Laster/smaad/valse aangifte zijn echter een must om eigen naam te zuiveren. Al is het maar een TOM zitting waarbij ex het zwijgen wordt opgelegd… een boete bij elke nieuwe valse uiting

 

Energie over? Dit kan werken, maar vereist extra werk; elke keer weer aangifte doen totdat de politie het zat is en gaat handelen…..

 

http://www.wetboek-online.nl/wet/Sr/279.html

Artikel 279

 

1

Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2

Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

In combinatie met het negeren van wettelijke bevelen.

 

Heb jij een omgangsregeling in de vorm van een beschikking? Dan loont het zich elke keer weer eerst moeite te doen om de kinderen op te halen en vervolgens dus door te rijden naar de politie om aangifte te doen met verzoek tot vervolging (geen melding!) wegens ontrekken ouderlijk gezag. Zeker als de rechter een boete/ dwangsom heeft uitgesproken en de ouder blijft, ondanks die dwangsom, het gerechtelijke bevel negeren, dan kan jij aangifte doen, met verzoek tot vervolging..

 

 

Dus ook al hebben jullie gezamenlijk gezag, uit uitspraken van de hoge raad blijkt dat het niet nakomen van een omgangsregeling gezien kan worden als onttrekking van gezag als een strafbaar feit en derhalve aangifte gedaan kan worden,

Inderdaad hebben de ouders beide gezag. MAAR; uit uitspraken blijkt dat als er een regeling is het gezag van toepassing is voor die ouder die volgens de omgangsregeling daar recht op heeft. Houdt één ouder het kind weg terwijl die ander volgens de omgangsregeling omgang zou moeten hebben dan geldt wel degelijk onttrekking gezag omdat de ouder het kind weghoudt van de ouder die volgens de regeling recht heeft op omgang. Heb jij dus recht op omgang en jouw ex houdt de kinderen bij zich, dan is er wel degelijk onttrekking gezag.

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 24 januari 2017 vastgesteld dat het niet naleven van een door de rechter opgelegde omgangsregeling in eerste aanleg een civiel rechterlijke kwestie betreft. En dat dient d.m.v. een civiele procedure (met een advocaat) worden aangevochten zodat er evt. dwangsommen en/of andere dwangmiddelen op het niet naleven kan komen te staan. Maar goed, daar staan dus uitspraken van de Hoge Raad tegen over. Zo zie je maar weer; het is maar net in welke regio jij leeft.

Gerechtelijke bevelen worden genegeerd volgens art. 184 van het wetboek van strafrecht? In het kader van familierecht is dit niet juist.  Artikel 184 SR doelt op een veroordeling in het strafrecht, ook wel een vonnis genoemd. Houd men zich niet aan het vonnis, dan is men strafbaar volgens strafrecht. Familierecht is civiel recht en doorgaans volgen er beschikkingen. Het zich niet houden aan beschikkingen hebben niets met strafrecht te maken. Indien er beslissingen die in een beschikking staan worden genegeerd zal er opnieuw een civiele procedure moeten worden gevold. Dan kan de rechter eventueel sancties opleggen. Strafrecht staat hierbuiten en de politie/justitie zal er niets mee doen, want civiel recht.

 

Sinds 15 februari 2005 heeft een arrest van de Hoge Raad het mogelijk gemaakt om – bij het niet nakomen van de beschikte omgangsregeling in een situatie van gezamenlijk gezag – tegen de ouder die zich niet aan de omgangsregeling houdt bij politie en justitie aangifte te doen wegens “Onttrekking aan de ouderlijke macht” (Artikel 279 Sr.) als strafbaar feit.
Onderstaande praktijkhandleiding werd ingezonden door een vader met gezamenlijk gezag die zelf in de praktijk bij niet-nakoming van de omgangsregeling door zijn ex, tegen de moeder aangifte bij de politie deed.

In de woonplaats van het adres waar u de omgang geweigerd wordt belt u de politie. Deze constateert de weigering en zal op uw verzoek sommeren de omgangsregeling na te komen.
U noteert tijdstip en namen van de politieagenten.
Bij volhardende weigering gaat u naar het dichtstbijzijnde politiebureau om aangifte te doen van onttrekking aan de ouderlijke macht.

U neemt mee:
Uw identiteitsbewijs.
De uitspra(a)k(en) van de rechtbank omtrent uw omgangsregeling en de toekenning van gezamenlijk gezag.
De uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005. Zorg dat de print goed leesbaar is.
Onderstaand onttrekkingsartikel 279 uit het Wetboek van Strafrecht. (selecteren/knippen/plakken)

Artikel 279, Wetboek van Strafrecht.
Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit des bevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

U zegt op het politiebureau dat u aangifte wil doen van onttrekking aan de ouderlijke macht. Als de politie niet begrijpt wat u bedoeld laat u hen de uitspraak van de Hoge Raad zien en een printje van Art 279 van het Wetboek van Strafrecht.
Ongeldige redenen om de aangifte niet op te nemen kunnen zijn:
“Het betreft een CIVIELE zaak.”
Antwoord: “Voor de civiele zaak zal ik een kortgeding aanspannen en een dwangsom eisen. De strafrechtelijke kant van de zaak handelt u af.”
“Wij gaan niet aan kinderen trekken.”
Antwoord: “Dat doet u wel als u de aangifte niet opneemt. U trekt dan mee aan de kant waar het misdrijf begaan word.”
Vul zelf maar in, alles is mogelijk: “Wij houden niet van wijsneuzen.” Zelfs: “Uw ex wil het gewoon niet.”
Uw antwoord is bij weigering van de politie om de aangifte op te nemen altijd:
“Ik zal direct bij de Officier van Justitie aangifte doen (of aangifte laten doen door mijn advocaat).”

 

Zelf aangifte doen bij de Officier van Justitie:
Als de politie weigert uw aangifte op te nemen kunt u dit zelf doen bij de Officier van Justitie in uw rechtsdistrict.
Daar heeft u geen advocaat voor nodig. Een lijst van adressen van de Officieren van Justitie is te vinden op: http://www.rijksoverheid.nl/…/parketten-openbaar-ministerie…. De aangifte doet u bij voorkeur per faxbericht, aangetekend schrijven, dit geeft een bewijs van ontvangst.
Via uw advocaat aangifte laten doen bij de Officier van Justitie:
U belt uw advocaat en laat die direct bij de officier van Justitie bij de rechtbank horende bij de woonplaats waar u aangifte wil doen de aangifte doen. De Officier van Justitie kan de politie dan opdracht geven de aangifte op te nemen. Informeer zelf bij de politie wanneer u welkom bent, nadat uw advocaat van de Officier van Justitie bericht heeft ontvangen dat u aangifte kunt gaan doen.

Buro Slachtofferhulp:
Vergeet niet om Buro Slachtofferhulp Telefoon: 0900-0101 (lokaal tarief) te informeren en hun hulp te vragen in deze moeilijke omstandigheden. U kunt na het doen van de aangifte bij de politie navragen hoe de stand van zaken is via de Slachtoffer-informatielijn. Het nummer staat op de aangifte vermeld.

Civiele stappen daarnaast (Kort Geding):
Naast de bovenbeschreven strafrechtelijke aangifte tegen het niet nakomen van de omgangsregeling door de verzorgende ouder, eist u daarnaast via een zogenaamd Kort Geding onmiddellijke nakoming van de omgangsregeling waarbij u niet vergeet handhavingsmiddelen (een dwangsom, gijzeling etc) te eisen op het nakomen van de omgangsregeling. Dit kan via een advocaat (civiel), die weer geld kost. Dus doe zo veel mogelijk zelf (bron: vaderkenniscentrum)
Het proberen waard, heb je energie over…..

 

“Rechter heeft bepaald dat kind(eren) terug moeten maar BJZ houdt dit tegen.” Waarbij dan negen van de tien keer een immens triest verhaal komt dat een GI dit voorkomt met BEHULP van politie. Nou nee dus…. Op het moment dat u, MET die beschikking in de hand, Bij de verblijfplaats van uw kind(eren) aankomt en de politie staat daar om u TEGEN te houden zegt u: AH mooi! U bent er al! U ben VERPLICHT volgens artikel 812.1 Rv om MIJ bij te staan om gehoor te geven aan DEZE beschikking van de rechter!!!! IEDER van u die hier NIET aan meewerkt, zal vervolgt worden wegens obstructie van de WET waarvan u GEZWOREN heeft bij te dragen tot de UITVOERING ervan! Komt BJZ uw kind ontvoeren met de indoctrinerende arm der wet zegt u: WAAR staat in de beschikking dat u aan deze TERREUR moet meewerken?! Volgens artikel 812.2 Rv kan dit ALLEEN als het in de beschikking staat! (zorg wel dat u zeker weet dat het er NIET in staat) Artikel 812 1. RV Iedere beschikking betreffende de gezagsuitoefening over minderjarigen, de beschikkingen ingevolge de artikelen 253s, 261, 326 en 336a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek daaronder begrepen, geeft degene aan wie deze minderjarigen ingevolge de beschikking tijdelijk of blijvend worden toevertrouwd, van rechtswege het recht tot het aan hem doen afgeven van deze minderjarigen, zonodig met behulp van de sterke arm. 2. Een beschikking als bedoeld in artikel 253a, eerste en tweede lid, of artikel 377a, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek kan slechts met de sterke arm ten uitvoer worden gelegd voorzover dit bij die beschikking is bepaald.

 

https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/2015/onduidelijkheid-over-rol-politie-bij-niet-nakomen-omgangsregelingen.

 

 

 

Onderstaand een voorbeeld brief van artikel 12 procedure mbt omgangsfrustratie; onttrekken van ouderlijk gezag. Met enige aanpassingen kunnen jullie aan de slag !

Deze moedige vader heeft een aantal keer aangifte gedaan bij de politie, maar in de loop van die 2 jaar heeft de politie er niets mee gedaan en uiteindelijk zijn de aangiften geseponeerd. Dan heb je nog een mogelijkheid, voordat jij je wendt tot de familierechter om jouw ouderrol te verdedigen….

12 SV Jou Naam/Achternaam

Uw kenmerk:

Op Datum heeft cliënt een schrijven (bijlage 1)  ontvangen van het Openbaar Ministerie met daarin een kennisgeving van niet verdere vervolging van de aangiftes die door hem zijn gedaan.

Volgens het OM zijn de aangiftes van cliënt geseponeerd vanwege het feit dat het steeds civiele kwesties betreft.

Cliënt kan zich niet vinden in deze argumentatie, nu er sprake is van een structureel niet nakomen van (omgangsregelingen) opgelegd door de civiele rechter, waartegen cliënt inmiddels al drie kort geding procedures tegen gevoerd heeft en waarbij de rechter hem telkens in het gelijk heeft gesteld door de wederpartij te verplichten om de omgangsregelingen na te komen.

Feiten:

Client heeft een affectieve relatie gehad met mevrouw X.Xxxxx. Uit die relatie is de minderjarige X.Xxxxx  (00-00-0000). Bij verbreking van de relatie zijn X.Xxxxx  en cliënt een omgangsregeling overeengekomen. Beiden zijn belast met het ouderlijk gezag over X.Xxxxx  (bijlage 2).

In (datum) heeft X.Xxxxx  een nieuwe relatie met de heer X.Xxxxx  gekregen en zijn zij gaan samenwonen in de woning van X.Xxxxx .  Vanaf dat moment wordt de bestaande omgangsregeling tussen cliënt en zijn zoon X.Xxxxx op alle mogelijke manieren gefrustreerd.

KG VONNIS (datum)

Hierin is bepaald dat X.Xxxxx  de omgangsregeling moet nakomen en zijn er nieuwe afspraken gemaakt (zie bijlage 3).

Deze afspraken worden niet nagekomen en op (datum)doet cliënt (na herhaalde pogingen in het civiele recht) aangifte van het onttrekken aan het gezag (bijlage 4).

KG VONNIS (datum)

Op (datum) doet de Kort Geding rechter wederom een uitspraak waarin X.Xxxxx  wordt gesommeerd de omgangsregeling na te komen (bijlage 5).

X.Xxxxx  komt ook het bepaalde in dit vonnis niet na en cliënt doet op (datum ) wederom aangifte van het onttrekken aan het gezag (bijlage 6). Hij heeft dan zijn zoon (ruim XX maanden)  vanaf (datum) tot op heden niet gezien, omdat X.Xxxxx  de omgangsregeling frustreert.

Vervolgens probeert de civiele advocaat van cliënt met X.Xxxxx  in contact te komen, echter levert dit niets op en nog steeds ziet cliënt zijn zoon niet.

In de tussenliggende periodes moet cliënt via Facebook wel vernemen dat zijn zoon door X.Xxxxx wordt meegenomen naar het buitenland voor vakanties en wordt zonder zijn instemming een identiteitskaart voor X.Xxxxx  aangevraagd.

Wat cliënt ook probeert (advocaat interventies, het starten van Kort geding procedures), X.Xxxxx weigert iedere medewerking met als gevolg dat cliënt geen contact met zijn zoon heeft en/of kan krijgen. De werkwijze van X.Xxxxx  leidt tot een ontwrichting van de vader- zoon relatie. Client heeft alle civielrechtelijke wegen bewandeld zonder resultaat.  Van belang op te merken is dat de heer X.Xxxxx  (nieuwe relatie van X.Xxxxx ) werkzaam is bij de politie te xxxx  en in deze situatie misbruikt maakt van zijn functie. Client heeft over zijn gedrag klacht (bijlage) gedaan bij de politie. Een reactie van de politie is tot op heden uitgebleven.

Vervolgens doet hij een derde en vierde aangifte op (datum) en (datum)(bijlage 7). De inhoud van deze aangiftes ziet wederom op hetzelfde onderwerp. Het niet nakomen van de verplichtingen opgelegd in de Kort Geding vonnissen.

Periode van onttrekken

 

  • Datum – datum
  • datum tot op heden

Sepot aangiftes

Het Openbaar Ministerie geeft aan dat deze aangiftes niet tot een vervolging kunnen leiden en zijn geseponeerd vanwege het feit dat het civiele kwesties betreffen. Als het civiel zou zijn dan KAN de politie überhaupt geen aangifte opnemen. Die gaat alleen over strafrecht

Deze redenering (zonder verder enkele onderbouwing) is veel te kort door de bocht.

Client stelt zich op het standpunt dat de personen tegen wie hij de aangiftes heeft gedaan (X.Xxxxx  haar partner X.Xxxxx ) voortdurend strijdig met hetgeen bepaald is in de Kort geding vonnissen van datum hebben gehandeld en daarmee meerdere malen op verschillende tijdstippen zich schuldig hebben gemaakt aan het onttrekken van X.Xxxxx onder het gezag van zijn vader en wettelijk vertegenwoordiger X.Xxxxx  (cliënt).

Onttrekken in de zin van artikel 279 Sr kan zowel bestaan uit het wegvoeren van de minderjarige als ook uit het onttrokken houden van de minderjarige aan het wettelijk gezag, in casu van cliënt. Van deze laatste situatie is sprake. Immers hebben X.Xxxxx en X.Xxxxx  in strijd met rechterlijke vonnissen gehandeld door X.Xxxxx niet naar zijn vader te laten gaan, terwijl die daar wel recht op had.

 

Jurisprudentie 

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4081

Het hof stelt voorop dat blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad (LJN AR8250) ook degene die (mede) het gezagover het minderjarig kind uitoefent, dit kind kan onttrekken aan het wettelijk over hem/haar gestelde gezag door zich niet te houden aan de bij rechterlijke beslissing vastgestelde omgangsregeling.

In casu hebben X.Xxxxx en X.Xxxxx  de omgangsregeling willens en wetens niet nageleefd door X.Xxxxx op de vastgestelde data niet af te geven aan cliënt. Ze hebben X.X

Reageren is niet mogelijk