Wat is ouderverstoting?

Van ouderverstoting is sprake als een kind een ouder, waarmee het kind voorheen een goede relatie had niet meer wil zien. Ouderverstoting is onderdeel van het beëindigen van de relatie tussen ouders. Soms manifesteert ouderverstoting zich pas jaren na de feitelijke scheiding. Bij conflictueuze scheidingen worden, om ouderverstoting te rechtvaardigen, regelmatig beschuldigingen van mishandelingen geuit, die niet op waarheid berusten. Bij de ernstige vorm van ouderverstoting is één ouder bewust of onbewust bezig met het ‘programmeren’ van het kind. Het kind is vijandig tegenover de verstoten ouder, weigert contact met deze ouder en geeft geen blijk van schuldgevoelens over zijn/haar gedrag en de uitgesproken minachting naar deze ouder. Interventie en hulp voor het kind kan alleen als het kind beschermd wordt tegen deze de ‘programmerende’ ouder en er voortvarend wordt ingezet op herstel van de band met de verstoten ouder. Naast aparte hulpverlening voor het kind, is er ook professionele hulp nodig voor beide ouders, om los van elkaar te leren omgaan met het kind als ouders.

Ouderverstoting overkomt vaders zowel als moeders
De veroorzaker is meestal de zorgouder, de ouder die het meest zijn/haar invloed op het kind kan aanwenden. Deze ouder houdt het kind weg bij de andere ouder. Deze ouder moedigt de afwijzing bij het kind aan door negatieve informatie over de andere ouder met het kind te delen. Het kind wordt zo gedwongen een keuze te maken tussen ouders. Het kind uit zich extreem negatief over de verstoten ouder. Deze manipulatie zorgt voor veel onrust voor het kind. Er ontstaat een ongezonde binding met één ouder en de andere ouder ( en diens familie) wordt buitengesloten.

Vormen van ouderverstoting
Het is normaal dat kinderen een milde vorm van ouderverstoting kunnen vertonen in de eerste maanden nadat de scheiding van de ouders is aangekondigd. Dit heeft een tijdelijk karakter en wordt verholpen door goede afspraken tussen ouders, goede voorlichting, bemiddeling of door gebruik te maken van de interventiemethoden uit de Richtlijnen Jeugdhulp. De matige vorm wordt gekenmerkt door de emoties van één ouder, waarbij het kind in deze emotie meegaat en zich negatief en oordelend gaat uiten over en naar de verstoten ouder. Wanneer het kind contact heeft met de verstoten ouder, laat het kind geen genegenheid zien en is erg teruggetrokken en terughoudend. Het herkennen, erkennen en werken met deze speciale doelgroep vraagt om goed opgeleide professionals en juristen.

Reageren is niet mogelijk