Wie heeft het gezag bij ondertoezichtstelling?

Advies KNMG

Bij een echtscheiding behouden meestal beide ouders het gezag en blijven zij beiden verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind. Als in een gezin ernstige (opvoedings)problemen voorkomen en de ontwikkeling van het kind in gevaar komt, kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling (OTS) uitspreken. Het Bureau Jeugdzorg wijst dan een gezinsvoogd aan. Bij een OTS behouden beide ouders het ouderlijk gezag, maar zij zijn wel verplicht de aanwijzingen van de gezinsvoogd op te volgen. De gezinsvoogd krijgt echter zelf geen gezag over het kind. De rechten die ouders op grond van de WGBO hebben met betrekking tot de behandeling van hun kind, blijven intact.

Toelichting

Informatieverstrekking aan gezinsvoogd

Per 1 januari 2015 heeft de gezinsvoogd wel een eigenstandig recht op informatie gekregen. Het gevolg is dat artsen, en elke andere derde met een beroepsgeheim, desgevraagd en zonder toestemming van de betrokkenen een gezinsvoogd informatie moeten verstrekken (spreekplicht). Dit geldt alleen als de informatieverstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Dit is het geval als de informatie kan bijdragen aan het voorkomen van een bedreiging in de ontwikkeling van het kind. Daarnaast maakt deze wetswijziging het juridisch mogelijk dat de arts uit eigen beweging de gezinsvoogd informeert. Ook hierbij geldt dat de informatieverstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling.

Dat een gezinsvoogd recht op informatie heeft, wordt geregeld in de Jeugdwet. De arts is verplicht om medewerking te verlenen aan een verzoek om noodzakelijke informatie van de gezinsvoogd. Doordat de wet een spreekplicht oplegt aan een arts is hij niet gebonden aan het beroepsgeheim. Bovendien heeft de arts het recht om op eigen initiatief contact te zoeken met de gezinsvoogd en noodzakelijke informatie aan hem te verstrekken over het gezin. Zo nodig zonder toestemming van betrokkenen. Het blijft wel wenselijk dat de arts naar de betrokkenen openheid betracht over de informatie-uitwisseling. De arts doet er goed aan om vooraf of zo snel mogelijk achteraf aan de betrokkenen te vertellen welke informatie aan de gezinsvoogd is verstrekt.

De arts bepaalt in samenspraak met de gezinsvoogd welke informatie in een specifieke situatie noodzakelijk is om uit te wisselen. De arts geeft antwoord voor zover hij daartoe, binnen zijn deskundigheidsterrein, in staat is. Maar die informatie is feitelijk van aard, want een behandelend arts geeft geen oordelen. Ook is het belangrijk dat de arts iedere keer een individuele afweging maakt en dat er geen complete dossiers aan de gezinsvoogd verstrekt worden.

OTS en uithuisplaatsing

Een OTS wordt voor maximaal twaalf maanden opgelegd, met de mogelijkheid tot verlenging. Ook is het mogelijk een OTS eerder te beëindigen. In de meeste gevallen blijft het kind tijdens de OTS thuis wonen. Als het in het belang van het kind wordt geacht, kan de gezinsvoogd de kinderrechter toestemming vragen om het kind uit huis te plaatsen. Bij acuut gevaar kan de Raad voor de Kinderbescherming de rechter verzoeken om een voorlopige OTS met een uithuisplaatsing. Een uithuisplaatsing bij een (voorlopige) OTS brengt nog geen verandering in het gezag over het kind: die blijft in de regel bij de ouders. De gezinsvoogd heeft ook dan geen zelfstandig recht op medische informatie over het kind.

Onderscheid voogd en gezinsvoogd

Behalve een OTS kan de kinderrechter nog twee andere kinderbeschermingsmaatregelen opleggen, die wél veranderingen brengen in het gezag van de ouders. Die maatregelen zijn de ontheffing van en de uitzetting uit het ouderlijk gezag. Bij deze twee zwaardere maatregelen hebben de ouders geen gezag meer. Er wordt dan een voogd aangesteld die het gezag krijgt. Een voogd heeft dus aanmerkelijk meer rechten en plichten dan een gezinsvoogd. Voor de hulpverlener is het dan ook van wezenlijk belang om te weten of er sprake is van een voogd of van een gezinsvoogd. KNMG

Vraag? KNMG Artseninfolijn

De KNMG Artseninfolijn adviseert KNMG-leden gratis over gezondheidsrechtelijke en medisch-ethische vragen. Kijk op knmg.nl/faq voor veelgestelde vragen, bel 030 2823 322 of mail: artseninfolijn@fed.knmg.nl

Reageren is niet mogelijk