nlenfrde

Van: Parent Elimination
Onderwerp: Graag uw reactie op de stand van zaken van het initiatiefvoorstel Bergkamp en Van Wijngaarden directe koppeling van erkenning en gezamenlijk gezag voor ongehuwde en niet-geregistreerde partners
Datum: 12 november 2019

T.a.v.
Minister S. Dekker voor Rechtsbescherming
Kamerleden V.A. Bergkamp en J. van Wijngaarden
Leden van de Eerste en Tweede Kamer

Hooggeachte heer Dekker,

Reeds op 15 november 2016 hebben de Tweede Kamerleden V.A. Bergkamp en J. van Wijngaarden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal een voorstel doen toekomen tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met directe koppeling van erkenning en gezamenlijk gezag voor ongehuwde en niet-geregistreerde partners (Kamerstuk II, 34605).

De ongehuwde partner van de moeder die zijn of haar kind erkent, verkrijgt op grond van de huidige wetgeving niet automatisch het gezag. Veel erkennende ouders weten dit niet, waardoor problemen ontstaan als de ouders later uit elkaar gaan of zij een meningsverschil krijgen bij het beslissen over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot het kind, bijvoorbeeld een schoolkeuze of een medische behandeling. Gehuwde ouders krijgen daarentegen wél van rechtswege het gezamenlijk gezag. De initiatiefnemers trekken dat met dit voorstel recht en komen zo tegemoet aan de feitelijke verwachtingen van ouders. Ook voor ongehuwde partners volgt voortaan van rechtswege het gezag na erkenning van het kind. De erkenner verkrijgt dan samen met de moeder het gezamenlijk gezag over het kind.

Daarmee worden vier belangrijke verbeteringen doorgevoerd ten opzichte van de huidige wettelijke regeling:

  1. Het wegnemen van het ongerechtvaardigde onderscheid tussen (kinderen geboren uit) gehuwde ouders enerzijds en (uit) ongehuwde ouders anderzijds met betrekking tot de uitoefening van het gezag.
  2. Het zodanig aanpassen van het Burgerlijk Wetboek dat de bepalingen beter aansluiten op de huidige maatschappelijke verwachtingen.
  3. Het wegnemen van de problemen die door de huidige regelgeving worden veroorzaakt.
  4. Het beter waarborgen van het belang van het kind.

Met betrekking tot punt 3 kan het niet verkrijgen van gezamenlijk gezag na de geboorte van het kind later tot grote problemen leiden en met name als de niet met het gezag belaste ouder alsnog het gezag wil verkrijgen en de moeder hier niet aan meewerken wil. Er moet in zo’n geval een gerechtelijke procedure worden gestart, waarin de niet met het gezag belaste ouder de rechter verzoekt om hem of haar met het gezag te belasten. Tevens duurt een rechtsgang vaak lang en kan het conflict tussen de ouders vergroten. Tegenstellingen komen immers op scherp te staan. Ook de kosten die gemaakt dienen te worden voor een rechtsgang kunnen snel hoog oplopen. Dat kan een drempel opwerpen voor de verzoekende ouder om zijn of haar recht te halen via de rechter waarbij het belang van het kind ondergeschikt kan raken aan financiële overwegingen. Uit onderzoek blijkt immers dat conflicten tussen ouders kinderen schaden. Dat blijkt duidelijk in het geval van vechtscheidingen. Kinderen die daarbij betrokken zijn hebben meer last van externaliserende en internaliserende problemen, riskante gewoonten, slechtere schoolprestaties, en meer kans op toekomstige relationele problemen. Ook lopen zij een grote kans op ernstige loyaliteitsconflicten, vervreemding en ouderverstoting.

Bij deze ouderverstoting, welke volgens de DSM-5 geclassificeerd is als geestelijke kindermishandeling, wordt het kind door één conflict creërende ouder opzettelijk en bewust in een loyaliteitsconflict gebracht om de andere, gezonde, beschikbare en liefhebbende ouder uit het leven van het kind te verstoten. Ouderverstoting komt in Nederland ongeveer 16.000 keer per jaar voor en er verliezen dus gemiddeld per uur 2 kinderen het contact met één van hun ouders. Vaak voorgoed. Ook de rechtsgang biedt voor vele ouders geen garantie op blijvend en onbelemmerd contact met hun kind(eren).

Het initiatiefvoorstel van de Tweede Kamerleden Bergkamp en Van Wijngaarden is derhalve een dusdanig belangrijk voorstel welk met name in het belang van kinderen z.s.m. dient te worden omgezet in verplicht na te leven wetten. Ik ben het in dezen eens met het Tsjechisch Constitutioneel Hof:

„Overheidsinstellingen hebben de plicht om oplossingen te zoeken ter voorkoming van zowel het risico op fysiek geweld tegen kinderen als de afwijzing van de ene ouder ten gevolge van manipulatie van de kinderen door de andere ouder[1].”

Ik kan me de tijd nog herinneren dat kinderen onveilig zonder gordel op de achterbank van een auto zaten met – voor de gezondheid van het kind schadelijk – 2 rokende ouders voorin. 

Dit is nog niet eens zo lang geleden en tegenwoordig spreken we ouders die zich dusdanig onverantwoord gedragen op hun wangedrag aan. Als men weet wat schadelijk is voor kinderen, dan is wegkijken geen optie meer.

Ook ouderverstoting valt onder uitermate onverantwoord en onacceptabel wangedrag welk kinderen geestelijk, fysiek en voor het leven diep kan beschadigen. Het is om die reden aan de omstaanders om ouders op de gevolgen van hun desastreuze gedrag te wijzen en waar nodig adequate (rechts)middelen toe te passen. Het genoemde initiatiefvoorstel is één van de effectievere middelen en verdient derhalve uw aandacht en prioriteit.

In uw Kamerbrief d.d. 22 maart 2018 over nadere invulling onderzoeken op het terrein van familierecht heeft u geschreven:

„Op het terrein van het familierecht loopt een aantal initiatiefwetgevingstrajecten, zoals het Initiatiefvoorstel-Van Oosten, Kuiken en Groothuizen Wet herziening partneralimentatie (Kamerstukken II, 34234) het Initiatiefvoorstel-Recourt en Van Oosten Wet herziening kinderalimentatie (Kamerstukken II, 34154) en het Initiatiefvoorstel-Bergkamp en Van Wijngaarden directe koppeling van erkenning en gezamenlijk gezag voor ongehuwde en niet-geregistreerde partners (Kamerstukken II, 34605). Uitgangspunt is dat de voortgang van deze trajecten niet wordt beïnvloed door bovengenoemde onderzoeken[2].

Ik verzoek u om die reden vriendelijk doch dringend om uw spoedige reactie op de volgende vragen:

  • Hoe is het mogelijk dat het bovengenoemde initiatiefvoorstel na 3 (drie!) jaar nog steeds niet tot concrete wijzigingen in het belang van kinderen heeft geleid?
  • Kan gesteld worden dat er m.b.t. het initiatiefvoorstel geen sprake is van de door u beoogde voortgang?
  • Wat is de concrete status van het initiatiefvoorstel?
  • Wat zijn de eerstvolgende stappen om middels dit initiatiefvoorstel tot een wetswijziging te kunnen komen?
  • Wat heeft de wetgeving voor deze stappen nog (aanvullend) nodig en van wie?
  • Wat is de specifieke planning m.b.t. het al dan niet honoreren van het initiatiefvoorstel en de wetswijziging?

In de bijlage stuur ik u tevens informatie van de Stichting Écht Scheiden Zonder Schade m.b.t. ouderverstoting.

Uw reactie zie ik met belangstelling en hopelijk op korte termijn tegemoet.

Met vriendelijke groeten,

Een verstoten vader


[1] Tsjechisch Constitutioneel Hof (Brno, 07 augustus 2017)
[2] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2018/03/22/tk-nadere-invulling-onderzoeken-op-het-terrein-van-familierecht/tk-nadere-invulling-onderzoeken-op-het-terrein-van-familierecht.pdf