nlenfrde
 

Van: Wörsdörfer, M. 
Verzonden: maandag 2 maart 2020
Aan: Tweede Kamerleden
Onderwerp: Gesprekken over jeugdbescherming
 
Dag allemaal,
 
De afgelopen weken hebben wij veel gesprekken gevoerd met veel verschillende ouders. Gesprekken met ouders die zich klem zien zitten in het systeem van jeugdbescherming. Heel veel dank voor het feit dat jullie je verhaal hebben willen delen met ons en elkaar.
 
Ik ben geschrokken van wat we hebben gehoord. In eerste instantie – ik zeg het maar gewoon eerlijk – kostte het mij ook tijd om te kunnen accepteren dat het in Nederland, in ons systeem, mogelijk zou kunnen zijn dat er foute beslissingen worden genomen als het om kinderen gaat. Inmiddels zie ik dat dat inderdaad zo kan zijn. Jullie verhalen hebben daar belangrijk aan bijgedragen. Ze stemmen ook verdrietig.
 
Het was best ingewikkeld om onder alle emotie te zoeken naar wat er nou precies fout zou kunnen zijn, en wat er zou moeten veranderen om ervoor te zorgen dat uithuisplaatsingen, ondertoezichtstellingen, dwangmaatregelen, en zo meer, alleen in uiterste gevallen worden toegepast. Elke situatie is anders, maar er zat in de oorzaken van alle gevallen natuurlijk best wel overlap. Enigszins bezwaard voelde en voel ik me trouwens wel omdat we het liefste jullie allemaal direct zouden willen helpen met je concrete problemen, maar dat is om allerlei redenen natuurlijk ingewikkeld of zelfs onmogelijk.
 
Zoals we hebben gezegd, de gesprekken zou ik gebruiken om te zoeken naar verbeteringen in het systeem voor de toekomst (maar ik sluit overigens niet uit dat we gaan proberen iets in beweging te krijgen waarbij ook ‘oude’ gevallen aandacht krijgen).
 
Wat ik herken als kern van de problemen is dat ouders ervaren dat het systeem van de jeugdbescherming met tunnelvisie opereert. Ouders ervaren dat – in plaats van dat jeugdbescherming meedenkt over hoe gezinsproblemen kunnen worden opgelost – jeugdbescherming vooral zoekt naar bevestiging van hun eigen vermoedens van bijvoorbeeld mishandeling of verwaarlozing (begrippen die ook nog eens heel erg breed worden geïnterpreteerd). Ondanks dat er veel betrokken en kundige professionals werken en veel van hun hun werk goed doen, ervaren veel ouders vooral tegenstand in het contact.
 
Ik geef hierna kort aan met welke verbeterpunten ik aan de slag wil gaan.
 
Uithuisplaatsingen: Ik vind het een probleem dat er in Nederland zoveel kinderen uithuisgeplaatst worden of op een andere manier nauwelijks contact hebben met (een van beide) ouders. Daarom wil ik dat er in het hele stelsel meer aandacht komt voor het uitgangspunt dat elk kind beide ouders ziet (en dat elke ouder dus z’n kind ziet). Het uitgangspunt moet dus niet alleen de focus op het kind zijn, maar aandacht voor het kind in relatie tot zijn ouders en de eventuele ondersteuning die ze als gezin nodig hebben. Nul uithuisplaatsingen als ultiem doel.
 
Onderzoek: Ik heb te vaak gehoord in de verhalen van ouders dat waarheidsvinding, objectief feitenonderzoek, hoor & wederhoor en de mogelijkheid van inbreng door professionals niet zijn gegarandeerd in het proces dat voorafgaat aan ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing of andere maatregelen. Daarom ga ik me hard maken dat objectiveerbaarheid het startpunt moet zijn in dossiers en processen. Zodat getoetst kan worden door onafhankelijke personen of informatie klopt en besluiten op basis van de juiste redenen worden genomen.
 
Werkwijze instellingen: Ik zie dat er regelmatig ouders met oneigenlijke middelen onder druk worden gezet. En dat sommige begrippen wel heel ruim worden gebruikt als argument voor jeugdbeschermingsmaatregelen. Ik wil dat er meer aandacht is voor bijvoorbeeld de opleiding van medewerkers. En dat beleid en maatregelen veel meer moeten worden onderbouwd met (wetenschappelijk) onderzoek. Met ook een specifiekere definitie van kindermishandeling en onveilig opgroeien.
 
Klachtenprocedures: Het systeem van jeugdbescherming bestaat uit veel verschillende instanties en verantwoordelijken. Het is nu voor ouders en kinderen zelf heel onduidelijk waar ze met klachten terecht kunnen. Die onduidelijkheid is ook slecht voor medewerkers, die soms met meerdere klachtenprocedures te maken hebben. De klachtenprocedures moeten duidelijker en eenvoudiger. Daarnaast vind ik dat het toezicht op alle procedures wel goed moet zijn en daar ben ik nu niet van overtuigd.
 
En tot slot op het veelbesproken punt van de rechterlijke toetsing: Veel ouders vragen zich af of er wel voldoende tijd voor toetsing is en een rechtsgang voldoende mogelijkheden biedt om met feiten in de hand te kunnen duidelijk maken dat wat jeugdbescherming stelt niet waar is of heel anders in elkaar zit. Ik vraag me dat ook af en ga proberen daar antwoorden op te vinden.
 
Wij werken de punten nu nader uit, en willen daar zo snel mogelijk politiek mee aan de slag.
 
Mochten jullie nog vragen of opmerkingen hebben, weet me dan te vinden. Oh, en excuses dat ik jullie in één keer mail, met alle adressen in de bcc, en niet iedereen apart, maar dat was praktischer.
 
Hartelijke groet,
 
Martin Wörsdörfer
Lid VVD Tweede Kamer-fractie
Woordvoerder Jeugd & Jeugdzorg | Armoede & Schuldhulpverlening